De IJslandse band Sólstafir is al lang geen onbekende meer niettegenstaande die niet meteen de grote festivals en dito zalen afschuimen. Begin dit jaar was het precies tien jaar geleden dat hun derde langspeler Köld en het album dat de band meer naam bekendheid gaf bij het ‘grote’ metalpubliek uitgebracht werd, een mijlpaal in de geschiedenis van Sólstafir.

De band is al een tijdje bezig met het schrijven en opnemen van een opvolger voor Berdreyminn maar besloot tussen opnames door om een korte tour van vijf shows hun zinnen wat te verzetten net voor het einde van het jaar.
De eerste show van vijf ging door in het state of the art muziekgebouw Tivoli Vredenburg dat inmiddels vijf jaar bestaat. Een zaal die je in de verste verte niet vindt in België, noch in Vlaanderen noch in Wallonië. Deze keer mocht ik kennismaken met zaal Pandora, een zaal zonder vast podium die plaats biedt aan 650 personen.

Tijdens de show op zondag 15 december en de daaropvolgende weinige data was geen voorprogramma voorzien, Sólstafir deed het op zijn eentje en bracht integraal Köld. Köld is een atmosferische plaat waar duisternis nooit ver weg is met inspiratie uit het eiland in het hoge noorden van Europa waarin de black metal van het eerste album zoek is en eerder atmosferische post en prog rock en metal aan de man brengt met een nummer die voor altijd gekoppeld zal zijn met het kwartet uit Reykjavik, Love Is The Devil (And I Am In Love).

De voorstelling begon met een betekenisloos filmpje over Vikings in de aard van Het Zwaard van Ardoewaan waarna de échte Vikings het podium betraden en meteen het eerste nummer lanceerden zonder ook maar het publiek te begroeten.

Al van bij het begin wou frontman Aðalbjörn Tryggvason heel dicht bij het publiek staan waardoor hij helemaal tot aan de rand van het podium ging staan aan beide kanten van het toneel terwijl hij zijn schitterende gesculpteerde flying V bespeelde en Köld in zijn geheel live bracht, van het eerste nummer tot het laatste, in de oorspronkelijke volgorde van het album.
Naar goede gewoonte waren de muzikanten van de frontlijn uitgedost in cowboy outfits, inclusief lederen laarzen en bij frontman Aðalbjörn Tryggvason zelf tattoos van Clint Eastwood uit The Good, The Bad And The Ugly. Bassist Svavar Austmann draagt van zijn kant nog altijd zijn haar zoals Pippi Langkous.

Wanneer het moment aangebroken was om Necrologue te spelen waarvan de tekst aan de voeten van frontman Addi lag kregen we een toespraak over het nummer dat gaat over een overleden vriend die zelf een einde aan zijn leven gemaakt heeft na zijn jarenlange gevecht tegen zijn mentale demonen, problemen die veel mensen in de maatschappij treffen. Je kon een haarspeld in de zaal horen vallen, mensen werden bij de keel gegrepen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit nummer één van de hoogtepunten van de bijna twee uren durende set was.

Na een korte pauze brachten de IJslanders nog een best of set van het materiaal dat ze na Köld bij Season of Mist uitbrachten.
De heel korte tour werd afgesloten op zaterdag 21 december in Polen op Metal Christmas Eve waar Sólstafir naast Carpathian Forest, Primordial en een aantal Poolse bands aantrad.

X