Dynamo Metalfest 2019 zal de geschiedenis ingaan als de eerste editie van twee dagen in het IJssportcentrum van lampenstad Eindhoven: zes bands op vrijdag en nog eens de helft erbij op zaterdag 20 juli. Een doorn in het oog van natuurorganisaties, het zou de vogels in de Genneper parken aan de rand van de stad storen.

Een editie waar de zon de meeste tijd van de partij was op uitzondering van een deel van de acts van Phil Anselmo en Metal Church.

Het festival werd geopend door Baest, een jonge deathmetalband uit Aarhus, Denemarken, die afgelopen winter door Europa toerde als opwarmer voor het Poolse Decapitated dat terug op vrije voeten was na een verplicht verlengd verblijf in de VS.

De band bracht energievolle old school death metal met een eigen modern tintje en nummers afkomstig uit zijn eerste album, Danse Macabre, die vorige zomer het licht zag.
In het half uur dat de band op het enige podium van het festival stond kregen we ook een aantal nummers uit het op til staande tweede album, Venenum, dat opnieuw bij de befaamde label Century Media zal verschijnen medio september. De lancering van het album wordt gevolgd door een tweede Europese tour dit jaar, deze keer als voorprogramma voor Aborted en Entombed A.D., een aanrader voor wie houdt van fris klinkende death metal met de nodige growls.

Na een eerste deathmetalband kregen we niet eens een half uur later al een tweede outfit uit hetzelfde genre binnen de extreme metal, meer bepaald Jungle Rot uit het noorden van de VS. De Amerikanen uit Wisconsin brachten een mix van écht wel old school death metal aangevuld met thrash met hier en daar een vleugje hardcore of groove metal, een heterogene en snedige mix dus.

Frontman en enig standvastig lid van de band, Dave Matrise, porde het publiek aan om te gaan crowdsurfen, maar op een aantal jongeren na bleef het stil. Naarmate de set vorderde werd meer en meer geheadbangd en kregen we ook verschillende moshpits in het publiek dat at uit de handen van de frontman. We kregen niet enkel een mengsel van verschillende genres, in het dikke half uur dat de heren on stage stonden putten ze nummers uit zes verschillende albums uit hun rijk gevulde geschiedenis die het kwarteeuw overschrijdt.

De presentator van dienst kondigde de derde band aan als de beste hardrockband uit Europa: Grand Magus uit Zweden. Met het Zweedse trio werd het een stuk rustiger op het podium en hadden de muzikanten plaats zat, maar we bleven wel bij old school geluiden met hier en daar wat doom- en stonerinvloeden.

Ondanks een nieuw album dat nog maar drie maanden geleden verscheen, kregen we amper twee nummers uit Wolf God te horen, Dawn of Fire en het best wel stevige Untamed. Ook helemaal niets uit het voorlaatste album maar een flinke dosis nummers uit de overige albums uitgebracht het laatste decennium waaronder wellicht hun beste album tot op heden, Iron Will. Veel merkwaardigs valt er niet te schrijven over hun set behalve dat het steengoede muzikanten zijn die heel goed ingespeeld zijn op elkaar en misschien ook dat zanger/gitarist Janne Christoffersson een stuk kaler is geworden en zichtbaar wat verouderd is.

Na een portie death en heavy schakelden we over op folk metal uit de Zwitserse Alpen met één van de vaandeldragers van de Helvetische metal: Eluveitie.
Het geesteskind van mastermind Chrigel Glanzmann bracht op ongeveer hetzelfde tijdstip als voorgaande band een nieuw album uit en bracht dan ook een aanzienlijk deel van de nieuwe opus, Ategnatos, live.

Het brein achter de band laat zich graag omringen door vrouwelijk schoon en dat was in Eindhoven nogmaals duidelijk, de dames die ook de zang op zich nemen naast traditionele folkinstrumenten waren een feest voor het oog en het gehoor. Naast drie dames stonden nog in totaal zes muzikanten op het podium waardoor de niet immens grote bühne goed gevuld was voor deze alternatieve set vol energie die heel erg geapprecieerd werd door het publiek.

Even na achten was het de beurt aan de derde Scandinavische band van dag één: Avatar.
Een aantal minuten eer de andere leden van de band het podium betraden kwam drummer en stichtend lid John Alfredsson het publiek opjutten aan de voorkant van het podium om vervolgens achter zijn drumkit te kruipen en samen met zijn bandgenoten een sub-headlinerset om duimen en vingers van af te likken te brengen. Er was geen twijfel mogelijk: de band was in topvorm en het publiek ontving de band navenant. Hail To The Apocalypse als eerste nummer zette meteen de toon voor gans de set. Een bom sloeg in op het Eindhovens IJssportcentrum.

Een set van Avatar is telkens een regelrecht spektakel met acteurs die muziekinstrumenten bespelen uitgedost in kleurrijke kostuums aangevoerd door een smoelen trekkende hoofdrolspeler in de hoedanigheid van de boomlange Johannes Eckerström. Iedereen binnen de band trad wel eens op het voorplan maar het waren uiteraard de frontman en de lead gitarist Jonas Jarlsby die het meest in het oog vielen.
Een betere publieksopwarmer kon Airbourne niet gedroomd hebben.

Airbourne bracht al een tijdje geen nieuw werk meer uit maar staat deze zomer wel op verschillende festivals geprogrammeerd als headliner, bij ons spelen ze op Pukkelpop maar helaas niet als headliner. Inderdaad helaas, want Airbourne staat garant voor ambiance, headbanging en fun. Jammer dat die op Pukkelpop zo immens vroeg geprogrammeerd staan en dan nog op de laatste dag wanneer iedereen afgemat is.

In Eindhoven kregen ze als headliner een half uur meer dan ze zullen krijgen in Hasselt om zich voor te stellen aan wie de band nog niet mocht kennen. De show begon meteen met twee knallers, Ready To Rock en Too Much, Too Young, Too Fast waarna het publiek tijdens deze tweede show van de Europese tour een nagelnieuw nummer voorgeschoteld kreeg, Boneshaker. Het relatief kort en best wel leuk nummer was nog niet goed ingezet of de security kreeg de handen vol met crowdsurfers terwijl de rest van het publiek genoot van deze primeur.

Verder alleen maar leuke nummers uit de hele carrière van de Aussies met de drie staande bandleden die  vrij regelmatig heen en weer liepen op het podium en uiteraard ontbrak naar het einde toe de luchtaanval sirene bediend door drummer Ryan O’Keeffe niet die trouwens op een nieuw drumstel speelde.
De spetterende set werd afgesloten met twee klassiekers van de jongens uit Warrnambool, Live It Up en Runnin’ Wild.

Dag één werd afgesloten door feestende Aussies, dag twee werd ingezet door de Nieuw-Zeelandse band Alien Weaponry die we een aantal weken terug op Resurrection Fest in Spanje aan het werk zagen en waar ik best wel onder de indruk was. Vooral door de haka uitgevoerd door de 19-jarige drummer Henry de Jong maar ook muzikaal. De band waarvan de drie leden Maori bloed door de aderen stromen hebben, bracht in Eindhoven en misschien wel nog betere show dan in Viveiro met hun thrash en groove metal.


Helaas was het nog heel vroeg op de dag, niet eens 11:30 uur in de voormiddag waardoor niet bijster veel festivalgangers waren komen opdagen maar gedeeltelijk ook omdat niet iedereen die stond aan te schuiven buiten reeds binnen het IJssportcentrum was geraakt.

Meermaals werd allusie gemaakt op de Maori cultuur, de uitspraken in Maori werden telkens op het conto van de drummer geschreven alhoewel de drie leden gedeeltelijk Maori zijn en ook een aantal nummers voor een deel in het Maori gezongen werden. Ik had met twee broers met een Nederlandstalige familienaam een woordje in het Nederlands verwacht maar dat kwam er niet.
Bassist Ethan Trembath was zonder twijfel de actiefste met headbangen terwijl de 17-jarige frontman Lewis de Jong zowel de zang als gitaarwerk op zijn naam schreef. Een indrukwekkende voorstelling heel vroeg op de dag door een band die weldra tien kaarsjes mag uitblazen terwijl de oudste van de stichtende broers nog niet eens twintig jaar is.

De meest occulte band van het festival, Tribulation, legde een foutloos parcours af op het middaguur. Naar mijn bescheiden mening klopte alles als een zwerende vinger, zowel de podium présence als hun duistere nummers die ergens psychedelica, heavy metal en black metal samenbrachten.
De meest vrouwelijke gitarist en grafisch kunstenaar, Jonathan Hultén, was uitgedost als een overjaarse moslima in een buitenwijk van Kaboel terwijl zijn gitaar eveneens versierd werd met allerhande sjaals.
Bij momenten deed die met zijn tollende bewegingen denken aan een Turkse derwisj in Bursa.

Het enige lamentabele was dat deze schitterende band met een spookachtig beeld op het middaguur moest spelen, in de duisternis komen die veel beter tot hun recht met hun donkere outfits en corpse paint, zeker met de muziek die zij brengen. Tribulation is net als goede wijn, die wordt beter met de jaren.

Armored Saint stond dertig jaar geleden op dezelfde plaats op de vierde editie van het emblematische Dynamo Open Air dat toen nog niet het reusachtige festival was dat het later ging worden om uiteindelijk langzaam dood te bloeden in het begin van het huidige millennium door externe factoren.
Hoe het weer toen was kan ik u niet vertellen maar dat het op zaterdag 20 juli best duister werd boven Eindhoven is een waarheid als een koe, het bleef echter droog tijdens de set van Armored Saint.

Drie decennia na hun eerste show op op de ijssportbaan blijven de Amerikanen van jetje geven als jonge wolven net als een resem bezoekers bij wie de klok op de schouw bleef stilstaan in de tachtiger jaren.
Ondanks de band niet meer van de jongste is werd een fantastische show neergezet met een sublieme frontman en grotendeels sterke nummers waarvan wel twee derden uitgebracht werden in de eerste periode van de band tot frontman John Bush naar Anthrax verkaste om Joey Belladonna te vervangen die uit de band gezet werd.

Phil Anselmo, voor de gelegenheid Philip H. Anselmo, en zijn Illegals namen hun tijd om alles in paraatheid te brengen wetende dat er een regenbui op til stond, was dit niet honderd procent verstandig. Bij het betreden van het podium maakte gitarist Mike DeLeón duidelijk dat hij wiet maar al te best apprecieerde door een boardshort te dragen met een wietblad erop en het blowteken te maken met twee vingers richting het publiek.
Het eerste nummer van de laatste show van de Europese tour die exact een maand eerder van wal stak op Graspop, Mouth of War van Pantera, werd meteen al opgedragen aan de Cavalera brothers waarvan één wat later op de dag op hetzelfde podium zou staan met zijn band Soulfly. Een schitterend nummer net als het volgende, Becoming.

Bij het derde nummer wist de heer Anselmo echter niet meer welk nummer kwam; de man mag dan al de drank afgezworen hebben, hasj echter nog niet. Zo stoned als een ei moest hij de hulp inroepen van Mike DeLeón om hem te herinneren wat verder kwam. Yesterday Don’t Mean Shit, een Pantera-nummer zoals de rest van de set.
Kort na het begin van dat derde nummer brak de hel los, eentje in de aard van Slayer op Resurrection Fest maar dan met hagel in de plaats van Galicische regen. Een felle hagelbui passeerde boven de ijsbaan van Eindhoven wat niet belette dat een aanzienlijk deel van het publiek bleef staan, Nederlanders zijn uit stevige klei gesneden, zelf kinderen bleven op de schouders van hun vaders zitten terwijl hagels van bijna een centimeter dik met bakken uit de lucht vielen.

Terwijl de weergoden Eindhoven naar het einde van de set wat gezinder werden kwam Max Cavalera zijn gabber vervoegen onder luid applaus van het uitgeregend publiek om samen het Pantera-nummer Walk te brengen. Een sterke set ondanks de toestand van de frontman.
Benieuwd wat de show in Lima eind augustus brengt: ook een volledige Pantera-set of komen er een aantal eigen nummers bij? We weten het u te melden eind augustus met een compleet verslag van de Peruviaanse show tijdens de Latijns-Amerikaanse tour van Philip H. Anselmo & The Illegals.

Bij het begin van Metal Church is het nog helemaal niet opgehouden met regen, het komt niet meer met bakken uit de lucht maar aangenaam is het uiteraard niet om uitgeregend te worden. Halfweg de set kwam het zonnetje echter terug waardoor de heren wat meer naar voor schoven op het podium voor hun derde show op Dynamo, de tweede op Dynamo Metlafest nadat ze hier drie jaar geleden ook al eens stonden en ze in de hoogdagen van Dynamo Open Air ook al eens in het IJssportcentrum aantraden (1991). Het mag duidelijk zijn dat deze band één van de favorieten is van één van de jeugdclubs; die stonden ook al meermaals in de Dynamo club in het centrum van de stad.

De streekgenoten van Armored Saint, met tegenwoordig Stet Howard, bekend van W.A.S.P., achter de drumkit, brachten een mix van oud en nieuw waarbij één derde van de nummers uit de twee laatste albums kwam terwijl andere nummers de tand des tijds hadden doorstaan binnen de thrashmetalwereld met als uitsmijter Fake Healer.  Uit de 90’s en 00’s kwam op Gods of Second Chance na niets.

Nog meer groove en thrash metal en nog meer Amerikaans geweld. De vierde Amerikaanse band van de namiddag was Soulfly en met de Braziliaanse Amerikanen kregen we ook de zon terug.
Na zijn korte podium passage anderhalf uur eerder stond Max Cavalera terug op het podium, deze keer met zijn eigen band waar zijn zoon Zyon achter het drumstel zat met een twee maten te grote lederen jas aan bij 28°C.

De show werd aangevat met twee nummers uit het nieuwe album van de band, Ritual, dat in december vorig jaar verscheen, The Summoning en Under Rapture. Twee nummers die het publiek definitief wakker schudden. Cavalera vroeg een circle pit en werd meteen op zijn wenken bediend, een circle pit die vrijwel de rest van de show zou aanhouden samen met het aanhoudend crowdsurfen. Zo geraak je uiteraard nooit droog al kan dat crowdsurfen wel helpen als de zon van de partij is. Tijdens het prachtige Tribe kregen Cavalera en zijn acolieten de halve weide aan het dansen dankzij de Braziliaanse vibes in het nummer die aanhielden tijdens Ritual.

Tijdens het 20+ jaar oude No Hope = No Fear kregen we een stevige gitaarsolo uit de aalvlugge vingers van Marc Rizzo wat zorgde voor wat rust in het publiek voorbij halfweg de set die afgesloten werd met een medley bestaande uit Jumpdafuckup en Eye For An Eye waarbij de frontman het publiek vroeg om te gaan hurken en vervolgens de lucht in te springen op zijn commando. Niet iedereen is fan van Max Cavalera maar deze set pleitte alvast in zijn voordeel.

Twee derden van dag twee zijn voorbij wanneer de Britten van Carcass aan beurt zijn. We mochten de band deze zomer al aan het werk zien in Fuengirola tijdens Rock The Coast en waren maar al te blij om deze hier in Nederland opnieuw te mogen aanschouwen.
Carcass kan je bezwaarlijk een zeer productieve band noemen met amper zes albums in 34 jaar met een rustperiode van elf jaar, het is ondertussen al van september 2013 dat de heren uit Liverpool nog nieuw werk op de markt gebracht hebben na het uitbrengen van Surgical Steel, het enige album van de band sinds de reünie in 2007.

Op zaterdag 20 juli speelde de band een best of set met nummers uit al hun albums die ze sinds hun ontstaan op de markt gebracht hebben. Als goede gewoonte had frontman Jeff Walker plaats genomen in het midden van het podium met zijn basgitaar naar de hemel gericht en geflankeerd door partner in crime Bill Steer en de vorig jaar ingelijfde Tom Draper. Beide shredders hebben olifantenpijpen jeansbroeken aangetrokken, niet meteen iets dat je pleegt te zien bij extreme metalband, de twee zijn echter voortreffelijke gitaristen. Achter de heren drummer Daniel Wilding en de backdrop met de cover van Surgical Steel, een backdrop die al zes jaar dienst doet.

De vier bandleden speelden zichtbaar met genoegen en op het einde kreeg ik waar ik op zat te wachten: de melding dat er binnenkort een nieuw album komt. Als dat maar waar is en zo snel mogelijk verschijnt. Samen met Tribulation was dit één van de sets die het meest genietbaar waren die namiddag.

Het was 20:15 uur wanneer het grote moment was aangebroken voor een deel van het publiek. Op de voorste rijen zag je plots sexy uitgedoste meiden met een diep decolleté wachtend op Steel Panthers laatste show van deze tour eer ze terugkeerden naar de VS. Voor de twee mensen die Steel Panther nog niet kennen, brengen die een parodie van hairmetalbands uit de seventies en eighties waarbij het woord “fuck” zonder twijfel het woord is dat het meest uitgesproken wordt door frontman Michael Starr, die meer praat dan zingt wat part of the game is.

Steel Panther is een persiflage gebracht door uitstekende muzikanten met eigen nummers en af en toe een bekende cover, in dit geval You Really Got Me van The Kinks, al was het de Van Halen-versie en Crazy Train van Ozzy Osbourne. De act rond Crazy Train was overigens schitterend, Michael Starr kwam terug zich vooruit bewegend als de enige en echte Ozzy en leek als twee druppels water op de Black Sabbath frontman met zijn John Lennon brilletje terwijl Satchel niet moest onderdoen voor wijlen Randy Rhoads op gitaar. Voor het volgende nummer, 17 Girls In A Row werden wel 20 – 25 meiden op het podium geroepen, de ene al schunniger of schaarser uitgedost dan de andere waaronder een aantal onder hen die zich maar al te graag sensueel aanwreven tegen de Californiërs. Het aantal selfies dat tijdens dat nummer op podium genomen werd was naar verluid niet bij te houden.
Een leuke set dat bij momenten goed op de lachspieren werkten, maar ook een aantal saaie momenten waarbij de fun ver zoek was.

De afsluiter van het festival, Arch Enemy, mocht om 21:45 uur al opdraven, net als Airbourne gisteren en ontiegelijk vroeg, op die manier werden de vogels en vleermuizen in de Genneper parken niet gestoord tijdens hun nachtrust. Er heerste een chaos van jewelste op de eerste rijen, met gedeeltelijk een ander publiek dan bij de Amerikanen van Steel Panther, lees een stuk minder groupies met een decolleté van hier tot in Buenos Aires.

Als de vertoning van de band twee weken geleden op Resurrection Fest (Galicië, Spanje) naar mijn bescheiden mening wat pover was, staken die hier in het ijssportcentrum op een kleiner podium meteen explosief van wal met talrijk gebruik van vuurpluimen die de eerste rijen van het binnenplein nog wat meer warmte boden dan de atmosferische die reeds gans de dag aanwezig was op uitzondering van tijdens de regen- en hagelbui in de vooravond. De bevallige Alissa White-Gluz deelde een karatetrap uit bij het podium bestormen, gelukkig stond Sharlee D’Angelo verg genoeg om niet meteen tegen dek te gaan.

De band bracht nog meer dan veel andere bands een mix van uit de lange geschiedenis van de band en hield het niet bij nummers die enkel opgenomen werden met de Canadese vamp maar ook met de huidige manager van de band, Angela Gossow. Niets echter uit de periode met Johan Liiva. We zagen regelmatig Michael Amott en Jeff Loomis elkaar opzoeken en rug aan rug soleren, wellicht meer dan tijdens eerdere tournees en deze keer al vanaf het eerste nummer, The World Is Yours.


Het aanwerven van Alissa White-Gluz was een sterke zet, maar Jeff Loomis iets later was naar mijn bescheiden mening nog sterker van Michael Amott. Verderop in de set tegenop het einde kregen we en regelrechte solo voorgeschoteld door de Amerikaan die ooit het mooie weer maakte bij Nevermore, één van de beste solo’s die we deze twee dagen mochten aanhoren net als deze tijdens The Race in het begin van de show.
Het werd een lekkere niet overdreven lange set met veel aandacht voor het zichtbare met een sterke licht- en vuurshow maar ook propvol met bekende nummers van de Zweden.

 

 

 

X