Opstaan op dag vier voelt meestal aan als ontwaken met een zware kater. Al zal het voor velen eerder een dubbele kater geweest zijn, want mede dankzij de hoge temperaturen daags voordien vloeide het blonde gerstenat weer zeer rijkelijk. Het enige voordeel, als je het al een voordeel mag noemen, is het feit dat Graspop editie 2019 vannacht officieel de geschiedenisboeken in wordt geschoten. Een jammerlijke zaak, maar anderzijds hebben de aanwezigen geen excuus om het laatste restje energie er uit te persen. Aan de line-up zal het alleszins niet gelegen hebben. En wie ‘s avonds enigzins wat wou relaxen, kon perfect terecht aan de Main stages voor een portie glam rock. Het hoeft immers niet altijd moshen geblazen te zijn.

Skalmöld:

Voor dit sympathieke IJslandse gezelschap was het de eerste passage op Belgische festivalgrond – en als ik het voor het zeggen had, zeker niet de laatste. Skalmöld brengt een vorm van melodieuze metal met invloeden van hier en daar die zich voor het gemak Viking metal laat noemen. Op hun eiland genieten ze een zekere bekendheid, bij ons moeten ze het doen met een positie als podiumopener in de Marquee. Dat leek de band niet te deren, want vanop de eerste rij zag ik een band die glunderde en er duidelijk goesting in had. Alle vijf albums kwamen aan bod en afsluiten deed de band met het prachtige Kvadning: dat is hoe je je publiek nog een knaller geeft om tot aan het volgende optreden op te kauwen.

Skalmöld – Elsie Roymans (GMM)

Minder enthousiast was ik over het geluid: de basdrum dreigde meermaals de andere instrumenten te verdrinken. Dat beterde naarmate het concert vorderde, maar het openingsnummer heb ik toch vooral in mijn hoofd gehoord omdat ik het herkende vanop cd. Het geluid van de stemmen was onderling wel goed uitgebalanceerd: Skalmöld heeft naast een leadzanger ook vijf achtergrond/koorstemmen en die kwamen mooi door.

Ik was zeer blij met dit optreden, en niet alleen omdat ik al lang Skalmöld in Dessel wilde zien. Dat de volgende passage snel mag volgen! (AVS).

 

Equilibrium:

Deze Duitse formatie brengt een erg opgewekte vorm van power metal, opgepompt met de nodige synthesizers eronder en aangevoerd door een grommende zanger. Het geluid in de Marquee stond nu een stuk beter dan bij voorganger Skalmöld, gelukkig maar.

Equilibrium puurde de set vooral uit de drie albums met zanger Robse (Rekreatur, Erdentempel, Armageddon): nummers die voor zijn stem geschreven zijn, al vond ik het jammer dat op Blut Im Augen niets van de eerste twee platen (mijns inziens de interessantste) passeerde. Ook werd gedacht aan het te verschijnen Renegades waarvan het titelnummer werd gespeeld. Het Oosters geïnspireerde Karawane vormde dan weer een hoogtepunt in de set.

Wat me opviel is dat Robse toch vooral een zanger en geen echte frontman is: hij mankeert dat je ne sais quoi waarmee anderen erin slagen hun publiek schijnbaar zonder moeite en erg natuurlijk op te hitsen, het klinkt bij hem wat geforceerd als hij oproept tot beweging voor het podium of een schreeuw van het publiek met zijn herhaalde “Scream!”. Gelukkig dat de muziek primeerde, want die was goed en deed snakken naar meer. Benieuwd of Renegades die honger deze zomer kan stillen. (AVS).

 

Delain:

Met het Nederlandse Delain wanen we ons even enkele dagen terug in de tijd, want net als Within Temptation schotelen deze Nederlanders ons een portie sympfonische metal voor, maar dan wel eentje waar het aspect metal net iets prominenter op de voorgrond staat. Na een zachte intro werd de weide evenwel zeer fors wakker geschud door de geluidsinstallatie die het publiek even trakteerde op een immense knal waar zelfs een Harley Davidson jaloers zou op zijn. Een kleine storing, het kan gebeuren. Hopelijk zijn er evenwel niet te veel trommelvliezen gesneuveld.

Delain – Tim Tronckoe (GMM)

Voor het overige was het zweten en puffen geblazen. En dan te bedenken dat enkele bandleden zowaar in hun lederen jekker op de planken staan. Grenzeloos respect. Frontvrouw Charlotte Wessels had iets luchtiger aangetrokken, maar desondanks had ze bij momenten toch moeite om de hoge noten tot in de perfectie te raken. Absoluut geen schande; Charlotte is en blijft, zoals de omroepers van dienst al aangaven, de nachtegaal van de lage landen. Over de setlist kunnen we vrij kort zijn: deel 1 bestond uit enkele krakers afkomstig van het meest recente album Moonbathers en het nummer Masters of Destiny afkomstig van de pas verschenen ep Hunter’s Moon, waarna Delain ons enkele klassiekers voorschotelde en hierbij geen enkel album in de kou liet staan. (AB).

 

Gojira:

Gojira om 16 uur? Wie verantwoordelijk is voor deze onbegrijpelijke keuze mag wat mij betreft direct zijn boeltje pakken. En dan nog te bedenken dat er bands als Whitesnake en Def Leppard hoger op de bill staan dan deze moderne band van wereldniveau. Sommige artiesten hebben blijkbaar zo veel geld verbrast dat ze nog steeds moeten optreden om de eindjes aan elkaar te knopen… Maar goed, laten we focus maar meteen verleggen naar de gebroertjes Duplantier, want ondanks het vroege uur was het hoogtepunt van festivaldag drie meteen gekend.

De zon stond intussen te branden op de vele nekken van het aanwezige publiek, wat er voor zorgde dat bij opener Oroborus het publiek verrassend kalm bleef. Kalmte voor de storm evenwel, want tijdens het daaropvolgende Backbone, gevolgd door het recente Stranded ging de meute volledig door het lint. Het is alom gekend dat hogere temperaturen zorgen voor een opstoot aan testosteron, maar blijkbaar niet alleen testosteron. Opvallend veel dames waagden zich immers aan een potje crowdsurfen.

Ondanks de verschroeiende temperaturen vond Gojira het nodig om het vuurkanon overuren te laten draaien, maar dat kon de pret absoluut niet drukken. Iedereen was toch al bezweet, dus who cares? Flying Whales leidde als vanouds tot een immense wall of death, waarna de band het aanwezige publiek even de tijd gaf om op adem te komen en waarbij frontman Joe Duplantier op bondige wijze de ontstaansgeschiedenis van de band uit de doeken deed en spontaan de handen op elkaar kreeg.

Het tweede deel van de set was zowaar nog sterker dan het eerste deel: Love van het debuutalbum Terra Incognita deed het death gehalte ferm de hoogte ingaan, waarna de band met The Cell en Silvera focuste op het meest recente magnum opus, genaamd Magma. Met Vacuity sloot Gojira op gepaste wijze een ontzettend strakke show af. Jammer genoeg betekende dit dat het feest al na drie kwartier abrupt ten einde kwam. Gelukkig kreeg Gojira wel enkele confettikanonnen ter beschikking om het optreden met een knal af te sluiten. Hopelijk trekt de organisatie lessen uit dergelijke organisatorisch onbegrijpelijke beslissingen. (AB).

 

In Flames:

Hoe kut de laatste platen ook zijn, hoezeer de ziel ook verkocht wordt aan het kapitaal, live blijft In Flames vrijwel altijd de moeite om te gaan zien. Zo ook deze editie van Graspop. Ik vreesde uiteraard voor een slappe pop set met veel nieuw spul en koortjes op band, maar ik werd aangenaam verrast.

Ik had me met m’n partner tactisch neergeplant tussen de toiletvoorzieningen, voor een liter water of zes, en het podium, zodat ik vanaf mijn luie gat en in een brandende zon, heerlijk een stukje melodeath gerelateerde muziek kon genieten.

En ja, er werden uiteraard in totaal zeven nieuwere nummers gespeeld, waarvan vier stuks van I, the Mask, die ik slechts tweemaal luisterde alvorens hij de kast der vergetelheid in verdween, maar de nummers van Clayman en vooral Colony maakten veel goed.

Een goede band ook om even van je twaalf euro kostende broodje kebab te genieten. Maakte het wat makkelijker verteerbaar. (A.).

Terror:

Met Terror was het tijd om opnieuw een dansje te placeren. Een eerder agressieve dans, want samen met Hatebreed mag Terror gerust gerekend worden tot de vaandeldragers van de beenharde hardcore. Ondanks het feit dat Terror geboekstaafd staat als een hardcoreband vonden zeer veel metalheads de weg naar de Jupiler Stage.

Terror – Faye Wolfs (GMM)

Zoals vanouds stelde Terror niet teleur. Voor het podium ging het er meteen stevig aan toe, waarbij het tevens opletten geblazen was voor enkele crowdsurfers die over, en vaak ook op, de hoofden van de aanwezige toeschouwers vlogen. Wie zich verwachtte aan recent materiaal was er evenwel aan voor de moeite, want Scott Vogel en co brachten een heuse ‘best off’, waarbij de focus lag op de albums One with The Underdogs en Keepers Of The Faith. Met het obligate tweeluik Stick Tight en Overcome kwam er een einde aan een strakke hardcoreshow waar iedereen met zienderogen van genoten heeft. Hardcore lives! (AB).

 

While She Sleeps:

Wanneer While She Sleeps naar Vlaanderen afzakt, kan je er donder op zeggen dat er weer boenk op zal zijn. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: ook vandaag stelde de band allerminst teleur. In een kleine drie kwartier slaagden deze Britten er in om de ruimte voor de Jupiler Stage om te vormen in waar oorlogsgebied.

De setlist bestond voornamelijk, zo niet bijna uitsluitend uit materiaal afkomstig van de twee meest recente albums, waarbij de focus enigzins verrassend lag op de plaat You Are We in plaats van op het meest recente So What? Tussendoor gooide de band er met Four Walls nog een knaller van formaat tegenaan. Een sterke setlist, maar ergens ook wel jammer dat een magnifieke plaat als This Is The Six volledig genegeerd werd.

While She Sleeps – Faye Wolfs (GMM)

Een week na de doortocht op Graspop raakte bekend dat frontman Lawrence Taylor de zomertournee vroegtijdig diende te verlaten. Al bij al geen echte verrassing voor wie de band reeds eerder aan het werk zag, want de pure energie van weleer was toch net een tikkeltje minder. De man was zichtbaar vermoeid, al stak hij het zelf nog op het feit iets te stevig doorgezakt te hebben de avond voordien. Gelukkig vond hij finaal wel de kracht om zijn statief vakkundig tegen het canvas te werpen.

Feit is wel dat While She Sleeps nog steeds een ongelofelijk strakke show wist neer te zetten, waarbij het ene hoogtepunt na het andere de revue passeerde. Bij deze kijken we nu al uit naar de volgende passage in ons Belgenlandje. (AB).

While She Sleeps – Arne Desmedt (GMM)

Eluveitie:

De laatste tonen van While She Sleeps zinderden nog na, of het was al tijd om ons in alle haast naar de Marquee te begeven. Een optreden van Eluveitie is namelijk een waar avontuur van begin tot einde en aldus een niet te missen spektakel. Wanneer alle artiesten zich on stage bevonden, was het opnieuw een gezellige drukte op het podium. En niet alleen op het podium, want de Marquee puilde uit van het volk. Blijkbaar hadden vele toeschouwers nood aan wat ruiger werk in plaats van het softe gedoe dat vandaag, en vooral vanaf de late namiddag, geprogrammeerd stond op de Main Stages.

Eluveitie – Stijn Verbruggen (GMM)

Nadat de dreigende intro van het nummer Ategnatos zich voltrok, konden de eerste monden meteen open vallen, wanneer engel Fabienne Erni haar stembanden aan het werk zette. Wat een stem! We zeiden anderhalf jaar geleden al dat Anna Murphy – ondertussen Cellar Darling – de band indertijd met een groot verlies opzadelde, maar met mevrouw Erni is boegbeeld Chrigel Glanzmann er in geslaagd om op de proppen te komen met een misschien nog wel iets straffere zangeres. Al moeten we eerlijk stellen dat beide dames beschikken over een iets ander timbre en het maken van een vergelijking eigenlijk wat misplaatst is. Het zijn namelijk beide klasbakken.

Wat volgde was een dolle achtbaanrit, waarbij snoeiharde nummers, voorzien van de grunt van frontman Chrigel Glanzmann, zich afwisselden met iets meer toegankelijkere nummers als The Call Of The Mountains. Geregeld gingen de handen vlot op elkaar en quasi voortdurend werd luidkeels meegezongen met de tot klassiekers verheven nummers van dit Zwitserse collectief. Met het obligate Inis Mona kwam er veel te vroeg een einde aan een sterke set. De fans hoeven evenwel niet al te lang te treuren, want op zondag 10 november passeert Eluveitie samen met Lacuna Coil en Infected Rain in de Trix in Borgerhout. (AB).

Eluveitie – Stijn Verbruggen (GMM)

Cradle Of Filth:

Cradle Of Filth ging helemaal “I Love The 90’s” als Marquee-subheadliner op de laatste dag Graspop. Als fan van het eerste uur (niet het laatste) werd ik dus helemaal op mijn wenken bediend en kreeg door Dani Filth en co een prima setlist door het hoofd geschoten. Het geluid zat quasi meteen goed, héél goed zelfs. Vanaf mijn positie zo ongeveer centraal tussen FOH en podium leek het net of ik mee in de studio zat ten tijde van Cruelty and the Beast. Alle instrumenten zaten netjes in de mix, alleen de Heer Filth zelf zat er niet iets te hard in. dat hij daarbij ook nog eens te veel met de aandacht ging lopen deed hier nog wat extra koren op de molen van het kritische oor.

Cradle Of Filth – Elsie Roymans (GMM)

Dit terzijde, het werd een uur lang genieten van een ware black/gothic hitmachine. We kregen één nummer uit het laatste album Cryptoriana: The Seductiveness of Decay. Heartbreak and Seance zat dan nog strategisch, en als persoonlijk rust/bierhaal/plaspunt centraal in de set. Er voor en er na: kleppers als Cuelty Brought Thee Orchids, Her Ghost in the Fog en natuurlijk From the Cradle to Enslave. Voor de rest kan ik kort zijn: blij dat ik Cradle Of Filth op deze manier heb mogen meemaken. (BVG).

Cradle Of Filth – Elsie Roymans (GMM)

 

Sabaton:

De vele t-shirts en de dichte massa voor Main Stage 2 maakten duidelijk wat al lang geweten is: het Panzer Battalion van Sabaton blijft oprukken. De Zweden kregen niet voor het eerst een headlinerpositie op Graspop toebedeeld: er is iets in die formule van hen dat werkt.

Voor we het optreden op Graspop bespreken, even een zijsprongetje. Op vrijdag 21 juni zegde headliner Manowar af voor Hellfest en werd te elfder ure Sabaton opgetrommeld om de lege plek in te vullen. De band stond er een dag eerder al voor Knotfest meets Hellfest. Twee concerten op twee dagen bleek echter te veel, en zanger Joakim Brodén was na drie nummers zijn stem kwijt.

Gelukkig niets van dat op Graspop: geen headliners die afzegden en geen Sabaton zonder zanger. Wel een aangekleed podium met prikkeldraad (ook rond de draad van het oortje van Brodén), een houten constructie in de woorden “The Great War” (de plaat die deze zomer uitkomt), een tank en veel vuurwerk. En dan, als kers op de taart, een mannenkoor dat de helft van de nummers versterkte in de refreinen.

Van dat koor heb ik niet veel gehoord: de refreinen van Sabaton zijn zo eenvoudig mee te zingen dat het publiek dat gewoon deed en zo het koor technisch werkloos te willen maken. De security had dan weer de handen vol met het opvangen van crowdsurfers die als zwaar bezwete bommen uit de lucht leken te vallen. En dat toont aan hoe goed de band een publiek op zijn hand krijgt: ja, Sabaton houdt het veeleer simpel en catchy, en is niet schuw van zelfplagiaat. Als je fans het leek vinden, waarom niet? De bandleden van hun kant dolde als vanouds met het publiek, liet weten dat ze ontzettend blij waren om er voor de zevende keer te staan, dat soort gevestigde praatjes.

Er waren geen verrassingen in de set: openen met Ghost Division, het over de veldslag in de Ardennen handelende Resist and Bite, Swedish Pagans, … De grootste verrassing was de afwezigheid van andere nummers (Screaming Eagles, Cliffs of Gallipoli), al zijn er natuurlijk maar zoveel nummers die je kan brengen in 90 minuten.

Ik zag een band die zijn publiek bespeelde, de juiste nummers bracht en dat met spektakel deed. En ik zag Sabaton niet voor het laatst op Graspop. (AVS).

 

Carcass:

Een vet deathmetalicoon tegenover je absolute headliner zetten: een prima beslissing van het Graspop planburo. Laat die discovedetten hun ding maar doen daar in de verte, wij zoeken de krochten van het menselijk brein op. Horror en gore van de bovenste plank met het britse Carcass. Zieke teksten, operaties, verminkingsapparaten: alles passeert de revue in de teksten van deze band. Het doorweekte en afgeleefde publiek weet dat het voor de laatste keer dit weekend is. Alles moet nu kapot. Kan perfect: Reek of Putrefaction, Captive Bolt Pistol, Keep On Rotting in The Free World. Fijne deuntjes om je festival mee af te sluiten, wat mij betreft dan toch.

Carcass – Faye Wolfs (GMM)

Steer, Walker en co zijn er graag bij en alluderen op wat er op Main Stage 1 gebeurt: “You wanted the best, you got the worst.” Toch spreken ze té nederig over zichzelf. Een band die al meer dan dertig jaar dienstverband heeft kent het klappen van de zweep. Ze weten de laatste druppels zweet en laatste percenten energie uit het lijf te halen. Over hoe goed ze speelden moet ik geen regels te pennen: ‘t was dik in orde. Na Heartwork en toegift Carneous Cacoffiny mocht de stekker er uit. Het opruimpersoneel, uitgerust met bladblazers, verscheen op het toneel. Ze gingen de tent te lijf en bliezen bekers, voedselresten, kots, afgebeten vingers en afgerukte ledematen samen met mij de tent uit. (BVG).

Carcass – Faye Wolfs (GMM)

X