Vrijdagmiddag, 21 juni 2019. Het moment waar menig metalhead een jaar met volle hartstocht naar heeft uitgekeken. Ken je dat gevoel wanneer de stewards officieel de deuren openen en je vervolgens als één van de eersten de heilige weide van Graspop komt opgefladderd als een jong veulen? Ik ook niet. Zelfs na vier pogingen blijft Antwerpen en dan voornamelijk dat gedrocht, genaamd Kennedytunnel roet in het eten gooien. Al lag het nu eerder aan de wegenwerken ter hoogte van Destelbergen. Maar soit, genoeg Touring Mobilis gespeeld voor vandaag. Waar het echt om draait, is metal. En dat maar liefst drie volle dagen lang. Wat vrijdag voor de toeschouwers in petto had, kom je te weten in onderstaand verslag!

Like A Storm:

Razend populair in Nieuw-Zeeland en Australië, maar vooralsnog toch eerder een vrij onbekende band in onze contreien. In dat opzicht was het ook niet al te verwonderlijk dat Like A Storm de festiviteiten op vrijdag op gang diende te trappen. Waar deze eer een x-aantal jaar geleden toch eerder te omschrijven viel als zijnde ‘ondankbaar’, is daar anno 2019 niets meer van aan. Het was dan ook zeer aangenaam om vast te moeten stellen dat, ondanks het middaguur, reeds heel wat festivalgangers ‘goesting’ hadden om er van bij de start een waar feestje van te maken.

Het eerste deel van de set heb ik jammer genoeg aan mij voorbij moeten laten gaan. Visueel dan toch, want auditief vonden de klanken van opener Pure Evil vlotjes de weg naar mijn gehoorgang. Vooral de Didgeridoo klonk live ook behoorlijk indrukwekkend. Niet meteen het meest voor de hand liggende instrument, maar frontman Chris Brooks wist er aardig raad mee.

Het vorig jaar verschenen Catacombs werd zowel door pers als publiek enorm lovend onthaald, wat tot gevolg had dat deze plaat vandaag dan ook de hofleverancier was. Afsluiten deed de band met Love The Way You Hate Me: de song die voor Like A Storm alles in een stroomversnelling gebracht heeft en waarbij frontman Chris Brooks de Didgeridoo even liet voor wat het was om zich spontaan in het publiek te mengen. Like A Storm bewees vandaag dat het meer is dan louter een openingsband. Binnen een aantal jaren staat dit gezelschap sowieso geprogrammeerd in de latere namiddag. (AB).

 

Death Angel: 

Voor de liefhebbers van het betere thrashwerk was vrijdag absoluut een dag om duimen en vingers van af te likken. Naast Slayer, waarover later meer, stonden immers nog andere thrashgiganten op het programma zoals daar zijn Testament, Anthrax en Death Angel. Aan laatstgenoemde om de thrashers warm te laten draaien.

Met een nagelnieuw album onder de arm had Death Angel dan ook het nodige kruid meegebracht naar Dessel. Desondanks opende de band met enkele krakers uit een ver verleden. Krakers die meteen de toon zetten en waarbij tevens opviel hoe strak de thrashriffs over de weide galmden. Een weide die tot mijn grote verbazing met de seconde voller en voller begon te stromen.

Death Angel – Tim Tronckoe (GMM)

Wat volgde was een bloemlezing uit het meer recentere werk van de band: zo passeerden The Dream Calls For Blood en Father Of Lies de revue. Hoogtepunten waren toch vooral de twee gespeelde nummers van de meest recente worp, waarbij voornamelijk The Pack luidkeels werd meegezongen. Meer van dat, graag! (AB).

 

Whitechapel:

Nadat zowel Main Stage 1 als Main Stage 2 grondig verkend werden, was het tijd om de donkere krochten van de hel op te zoeken. Geen geschiktere plek voor een gezelliger uitje dan de Marquee, die sinds jaar en dag garant staat voor een duister, bij momenten beangstigend spektakel.

Whitechapel, vernoemd naar de speeltuin van Jack The Ripper, mag dan wel een officieel een  deathcoreband heten; sedert het uit 2016 afkomstige Mark Of The Blade is de band evenwel veel meer dan dat. De loeiharde breakdowns in combinatie met een allersvernietigende oergrunt staan nog steeds centraal, maar qua thematiek en beleving is alles naar een hoger niveau gebracht. Een lijn die de band met het onlangs verschenen The Valley vlotjes wist door te trekken.

Whitechapel – Stijn Verbruggen (GMM)

Het enige minpunt vandaag was dat het geheel bij momenten ietwat eentonig over durfde te komen. Een degelijke Whitechapel-riff is vrij mid-tempo, waardoor de schwung na een nummer of twee ietwat verloren gaat. Gelukkig wist de band met het nummer The Void verschroeiend uit te halen en draaide de circlepit overuren. Hoogtepunt was ongetwijfeld het afsluitende When A Demon Defiles A Witch waarbij frontman Phil Bozeman zijn sterke , cleane vocalen van onder het stof haalde. (AB).

 

Hatebreed:

Wanneer Hatebreed de bühne betreedt, weet je als toeschouwer meteen wat je kan en mag verwachten: 50 minuten opgefokte hardcore, waarbij de band het tempo nooit of te nimmer laat zakken. Voorspelbaarheid ten top, maar dat hoeft voor Hatebreed absoluut geen nadeel te zijn: What you see, is what you get!

Vrijwel iedere metalhead ging van bij de start volledig uit zijn dak ging. Destroy Everything volgde eerder vroeg in de set, waarna Hatebreed er nog enkele klassiekers tegenaan gooide om finaal af te sluiten met – u kan het al raden – I Will Be Heard.

Hatebreed – Robin Looy (GMM)

Weinig verrassend, alleen jammer dat de band het album The Divinity Of Purpose quasi volledig links heeft laten liggen. Een nummer als Honor Never Dies had de set misschien wel naar een nog iets hoger niveau kunnen tillen. (AB).

 

Bleed From Within:

Ook schotland was dit jaar vertegenwoordigd. Het uit Glasgow afkomstige Bleed From Within timmert al enkele jaren gestaag aan de weg naar de top van de metalcore en na vandaag kunnen we alleen maar stellen dat deze jonge wolven verdomd goed bezig zijn. Op plaat klinkt de metalcore al ongelofelijk strak, maar live doen ze daar gerust nog een schepje bovenop.

Ook het publiek had duidelijk zin in een portie onvervalste metalcore, want het dak van de Jupiler Stage vloog meteen enkele meters de lucht in. Zoals gebruikelijk werd er voluit geput uit het meest recente album, genaamd Era: nummers als Afterlife, Cast Down en het afsluitende Crown Of Misery werden vlotjes mee gescandeerd.

Bleed From Within – Arne Desmedt (GMM)

Het Schotse accent van frontman Scott Kennedy en vooral diens looks deden meer dan eens denken aan Tommy Shelby van de Peaky Blinders. Qua attitude zat het wel dik oké. Als we de band mogen geloven was de show vandaag de meest impressionante die ze ooit hebben mogen spelen. Afgaande op de respons van het publiek achten we die kans eveneens vrij groot. (AB).

 

Architects:

Wanneer Sam Carter van Architects het podium opkwam, waande ik mij even op een afterwork drink. Fris wit hemdje in combinatie met een blazer. Jani Kazaltzis zou alleen maar tevreden kunnen toekijken. Wanneer Sam echter zijn strot open trok en Modern Misery inzette, werd iedereen weer vakkundig bij het nekvel gegrepen. Al moeten we wel toegeven dat het publiek aanvankelijk wat de kat uit de boom keek. Gelukkig was dit euvel snel van de baan, wanneer de band teruggreep naar enkele krakers uit een niet zo heel ver verleden zoals daar zijn Naysayer en These Colours Don’t Run.

Persoonlijk kan ik niet genoeg benadrukken hoe verwerpelijk (seksueel) geweld tegen vrouwen wel niet is. Niet in het minst na de gebeurtenissen die heel Vlaanderen een tweetal maanden geleden naar adem deden happen, maar om nu te gaan eisen dat alleen vrouwen mogen crowdsurfen tijdens het nummer A Match Made In Heaven is misschien toch wel een brug te ver. Wij, mannen, hebben ook rechten! De oproep van Sam Carter had wel succes, want plots bleken er heel wat meer vrouwen aanwezig dan aanvankelijk gedacht.

In tussentijd voltrok er zich een stevige circlepit tijdens het nummer Holy Hell, waarna vervolgens het refrein van Gravedigger luidkeels werd meegezongen. Het slotakkoord was wederom een grote ode aan Tom Searle, tweelingsbroer van Dan en tevens de grote bezieler achter de band die Architects anno 2019 is. Met aan perfectie neigende versies van Gone With The Wind en Doomsday, nota bene het allerlaatste muzikale wapenfeit van Tom, breidde de band een waardig einde aan een knappe performance. Architects stelt nooit teleur, ook vandaag niet! Al zien we de band toch net iets liever aan het werk in het clubmilieu. (AB).

 

Fever 333:

Tot een jaar geleden had bijna niemand gehoord van Fever 333. Letlive daarentegen deed bij vele mathcorefans wel een belletje rinkelen, aangezien de band een viertal jaar geleden de Jupiler Stage nog volledig met de grond gelijk wist te maken.

In tussentijd is er veel veranderd: Letlive behoort definitief tot het verleden, maar gelukkig kon frontman Jason Butler zijn muzikale ei kwijt in zijn nieuwe project Fever 333. Een band die zich in no time ontzettend geliefd wist te maken en Graspop maar al te graag in vuur en vlam wou zetten.

Fever 333 – Stijn Verbruggen (GMM)

Op muzikaal vlak was er geen speld tussen te krijgen: nummers als Burn It Down en Made An America volgden elkaar in sneltempo op, waarbij er gemoshd en gedanst werd alsof het een lieve lust was. Naast de aanstekelijke muziek slaagt Fever 333 er bovendien ook nog eens in om een echte show neer te zetten. De award voor meest energieke performance van het weekend kunnen we bij deze ook uitreiken: Frontman Jason Butler gleed, sprong en dook over het podium alsof het een lieve lust was, waarbij finaal The Barrel beklommen werd om van daaruit het murw geslagen publiek uitgebreid te bedanken.

Fever 333 werd aangekondigd als The Next Big Thing en wist die reputatie vandaag met verve te bevestigen. Samen met Like A Storm en Bleed From Within één van de absolute hoogtepunten van de eerste festivaldag! (AB).

 

Children Of Bodom:

Op cd vind ik Children of Bodom iedere keer weer een munt die wordt opgegooid. De laatste albums van de Finnen wisselden tussen erg lekker en nooit meer. Gelukkig blijkt het recente Hexed een schot in de roos, en de aanvoerders van de Hatecrew stonden dan ook hoog op mijn te zien-lijstje.

Mijn verwachtingen waren hoog en met plezier kan ik zeggen dat ik die ingelost heb gezien; Children of Bodom speelde strak, met energie en met een fijne keuze aan nummers. De keuze van de nummers, met een nadruk op zowel het jongste Hexed als het oudere Are You Dead Yet? (beiden met drie nummers vertegenwoordigd) verraste me, maar was niet onaangenaam. Afsluiter If You Want Peace… Prepare for War in het bijzonder was een traktatie vanaf het moment dat de kernriff gelanceerd werd.

Children Of Bodom – Stijn Verbruggen (GMM)

De stem van zanger Alexi Laiho zal nooit bovenaan mijn lijstje favorieten prijken, en ook tijdens het optreden was ik er niet door betoverd. Te rauw, te geforceerd en ongecontroleerd. Gelukkig dat het bij Children Of Bodom vooral om het spel tussen gitaar en toetsen gaat, en die was even speels als altijd. Dat het geluid goed zat, was de kers op de taart. Zo’n optredens heb ik graag op mijn festivals. (AVS).

 

Amon Amarth:

Amon Amarth behoeft voor de gemiddelde metalfan geen introductie meer: makkelijk verhapbare melodische death metal met teksten over Vikings en hun goden, recht uit het hartje van Zweden. Het vijftal kreeg een uurtje om Noormangewijs het podium te plunderen en deed dat met enthousiasme – zowel dat van zichzelf als van het publiek. De Zweden hadden geen moeite om het publiek mee te krijgen, mede dankzij de publieksmenner die zanger Hegg is.

In de setlist lag de nadruk op de twee jongste albums, Jomsviking en Berserker, net de twee platen die mij niet aanspreken. Gelukkig besefte de band wel dat je best binnenkomt met een knal en werd er geopend met The Pursuit of Vikings. De volgende knal kwam pas met het laatste nummer, Twilight of the Thunder God, en dat is een teken dat die nieuwe platen niet de beste zijn om een setlist uit samen te stellen.

Ik zag vuur, ik zag een gigantische Vikinghelm waarin drummer Jocke Wallgren verstopt zat, ik zag twee Vikings het podium oplopen om elkaar met zwaard en schild te lijf te gaan, ik zag een gigantische slang Jormundgandr opstijgen uit de golven achter de band: Amon Amarth wist er een schouwspel van te maken, en zijn wij metalfans niet allen een beetje verlekkerd op spektakel? Dat spektakel compenseerde het gebrek aan echte topnummers voldoende om tot het einde te blijven staan. (AVS)

Within Tempation:

Achtste keer, goede keer! Na zeven keer gepasseerd te hebben op de heilige weide van Dessel, was het eindelijk tijd om met de vrijdagse oppergaai aan de haal te gaan. Het vertrouwen van de organisatie was alleszins groot. Niet verwonderlijk, want Within Temptation is met de jaren uitgegroeid tot een waar instituut. Een goed geoliede machine, waarbij ieder puzzelstukje perfect in elkaar is gevallen. Het soloproject van Sharon den Adel heeft de rest van de band duidelijk ook goed gedaan, want aan passie was er vanavond geen gebrek.

Within Temptation is zo één van die ‘zwaardere’ bands waar ik als kleine ukkie mee ben opgegroeid toen TMF ook nog af en toe metal aan de man bracht en zelfs Psychosocial van Slipknot om de vijf minuten werd gespeeld. De verwachtingen waren dan ook zeer hooggespannen. Van bij de eerste noten van Raise Your Banner, afkomstig van de meest recente worp Resist, wist de band mij meteen bij mijn nekvel te grijpen. Jammer genoeg kon de band dit geen anderhalf uur aan een stuk volhouden. Speltechnisch en voornamelijk op vocaal vlak was er geen speld tussen te krijgen, maar van een headliner verwacht je nu eenmaal dat je als toeschouwer gewoon helemaal murw wordt gemept. We zitten nu eenmaal op Graspop en niet op Werchter of Pukkelpop.

Gelukkig wist de band wel geregeld zijn momenten te pakken en dan voornamelijk tijdens de iets zwaardere nummers. Angels werd zeer gesmaakt en ook het nummer What Have You Done Now? waarbij we op de achtergrond zowaar Mina Caputo mochten aanschouwen, toen zij eenvoudigweg nog Keith was. Pure nostalgie.

Als headliner heeft Within Temptation niet teleurgesteld, maar zeker en vast ook niet overtuigd. Daarvoor bleef het allemaal net iets te oppervlakkig, net iets te kalm en te weinig opzwepend. Al deed het ook wel deugd om te zien dat de organisatie wederom de kaart van de vernieuwing heeft willen trekken. Hopelijk trekken ze die lijn volgend jaar door en staat er weer een moderne metalband op het programma die het als headliner mag proberen waar maken. (AB).

Slayer:

“It’s okay to cry during the Slayer concert”, sprak Jamey Jasta van Hatebreed eerder op de dag. Een teken van begrip voor mensen die Slayer na vandaag nooit meer zouden zien: het optreden als headliner op Main stage 2 zou het laatste ooit in de Benelux zijn. En waar andere bands er de stekker uittrekken eens het vet van de soep is, heeft Slayer besloten te stoppen op het moment dat de band nog een waardige indruk maakt. Want laat het duidelijk zijn: het Slayer dat ik vandaag zag was vlijmscherp en vervuld van typerende die agressieve energie.

Het was voor mij de eerste en enige keer dat ik Slayer zag zo laat op de dag, na zonsondergang en zo hoog op de affiche. Dat heeft bijgedragen aan de uitstekende indruk die de band heeft achtergelaten. Het podium was, zoals we van deze Big Four-eenheid gewend zijn, erg sober: enkele spots om beelden te projecteren en twee smeedijzeren adelaars met vlammenspuwers. Dat was het zo’n beetje. Tussendoor sprak frontman Tom Araya het publiek toe met de flair van een achtjarige die een meisje probeert te versieren, en met die eeuwige mysterieuze glimlach van hem. Araya is zo’n beetje de Mona Lisa van de agressieve muziek.

En de muziek zelf? Die was goed, zonder grote verrassingen. De set verwees naar het recente en antieke oeuvre dat Slayer heeft, met niet minder dan vijf nummers uit Seasons in the Abyss. Het leek een reis terug in de tijd, de recentere nummers kwamen eerst in de set langs. Er werd gestart met Repentless van de gelijknamige laatste plaat en dan werd het alleen maar beter tot er uiteindelijk geëindigd werd met – uiteraard – Angel of Death. Tussendoor was het genieten met Disciple, Seasons in the Abyss, Black Magic, …

Veel poespas was er niet, maar met een set die zo strak gespeeld werd als deze was dat niet nodig. Het enige vertier naast de muziek waren de vlammen die af en toe opschoten uit de adelaars, de projecties achter de band en de close-ups van Kerry Kings knikkende kale knikker met majestueuze baard terwijl hij die wonderlijke riffs uit zijn vinger trok.

Slayer heeft ervoor gekozen om met een knal te eindigen, dat was duidelijk: dit was (wat onverwacht) het beste Slayer-optreden dat ik heb meegemaakt, en (helemaal onverwacht) het beste optreden van het weekend. (AVS).

Slayer – Rudy Dedoncker (GMM)

X