We waren hier best wel enthousiast toen we hoorden dat Havok een nieuw album in de steigers had staan. Van de hele zooi ‘nieuwe’ thrashbands waar we de laatste jaren mee overspoeld werden, schatten we bandleider David Sanchez en zijn gevolg toch het hoogst in. Het ontbrak de band weliswaar aan echt eigen smoelwerk, maar de kwaliteit van hun platen was toch steeds bovengemiddeld met als absolute hoogtepunt hun tweede album Time Is Up uit 2011. De derde plaat moest de Amerikaanse thrashers een weg naar de top banen. In 2013 waren de verwachtingen dan ook hoog gespannen toen Unnatural Selection uit kwam. Het kleinood stelde echter teleur. De verwachte stap voorwaarts werd niet gezet, mede door het gebrek aan frisse ideeën en pakkende songs. Na vier lange jaren en een, weeral, nieuwe bandbezetting, melden deze geweldenaars zich terug aan het front met Conformicide. Opnieuw wordt er bij pers, publiek en platenmaatschappij  erg veel verwacht van de plaat.

Zoals steeds hebben we weer heel wat tijd uitgetrokken om de schijf op zijn waarde te kunnen schatten. Al na het horen van het eerste vrijgegeven nummer, Ingsoc, wisten we dat het een moeilijke bevalling zou worden. Havok klonk ineens een pak technischer, mede door nieuwe bassist Nick Schendzielos, bekend van Cephalic Carnage en Job For A Cowboy. Zijn virtuoze baslijnen domineerden zowaar de song waardoor zelfs de gitaarpartijen van Sanchez naar de achtergrond werden verdrongen. Een op zijn minst merkwaardige evolutie in het bandgeluid. Bovendien was het een, voor Havok begrippen, erg lang nummer met veel ritmeveranderingen. Toch wist Ingsoc maar moeilijk onze aandacht vast te houden en zelfs na ettelijke luisterbeurten bleef er bitter weinig van hangen. We waren bij deze gewaarschuwd.

Ongeveer gelijktijdig met Ingsoc werd Hang ‘em High op ons losgelaten. Even konden we opgelucht ademhalen. Hang ‘em High bleek een lekker voortbeukende thrasher te zijn met venijnige vocalen en leuke ‘shouts’. Later zou het de beste song van de plaat blijken. Derde song die we voor de kiezen kregen was Intention To Deceive, een iets meer rechttoe rechtaan thrashsong met een groovy tempo en ergens halverwege een versnelling. Gelukkig konden we ook deze een stuk beter  behappen dan Ingsoc, maar toch bleef vooral een negatief gevoel hangen. Intention To Deceive klonk ongeïnspireerd en ja, saai. Onze hoop op een echte knaller was bij deze voorgoed van de baan, ook al moesten we op dat moment nog de rest van de plaat horen.

De rest van het album bestaat uit nog zeven songs met allen een behoorlijk lange speelduur. Afgetrapt wordt er met FPC, een song die een beetje alle nieuwe ingrediënten samenvat. Een akoestische intro gaat over in die typisch kletterende baslijn van nieuwkomer Schendzielos. Als de zang inzet, denken we zowaar dat er een gastrol voor Dave Mustaine is weggelegd. Niets is echter minder waar. Het is gewoon Sanchez die Mustaine imiteert. We zijn er allesbehalve van onder de indruk. Het refrein wordt net iets te veel herhaald waardoor enkel de gitaarsolo als lichtpuntje overblijft. Dogmaniacal begint ook akoestisch en wordt ook gevolgd door Mustaine-achtige vocalen. Eens de song op gang, blijkt het een vlotte thrashsong te zijn en één van de betere van de plaat. Masterplan doet zijn titel alvast geen eer aan. Na een marsritme van anderhalve minuut wordt er traag ingezet met een simpele gitaarlijn die tot vervelends toe wordt herhaald. Zelfs daarna duurt het nog eens bijna een minuut voor het nummer eindelijk vertrokken is. Het doet ons denken aan de opbouw van de songs op de laatste Metallica. Je zit voortdurend te denken wanneer ze er nu eens echt gaan invliegen. Veel meer heeft Masterplan trouwens niet om het lijf. Een versnelling hier, een van Metallica gejatte riff daar, meer zit er niet in. Peace Is In Pieces valt vooral op door zijn belachelijke titel. Verder veel geblaat maar weinig wol en technisch geneuzel ‘for the sake of it’. Claiming Certainty doet het daarna iets beter. Hier wordt wel onmiddellijk van leer getrokken. Het is een snelle en korte thrashgranaat waar er wel wat meer hadden van mogen opstaan. Van Wake Up word je allesbehalve wakker. Sterker nog, ware het niet van die energierijke Claiming Certainty, we waren al naar dromenland vertrokken. In het afsluitende Circling The Drain doet Sanchez ineens een poging om melodieus te zingen. Geslaagd is het niet. Er is net als de song zelf maar één woord voor: saai! En eigenlijk kan dat van de hele plaat gezegd worden.

Van een teleurstelling gesproken! Na vier jaar met zo’n wangedrocht afkomen, je moet maar durven. Nochtans is Sanchez er zelf van overtuigd een wereldplaat te hebben afgeleverd. Misplaatste zelfzekerheid noemen we dat! Bij deze roepen we Havok uit tot eeuwige belofte. Jammer maar helaas.

X