Het gaat de nederlandstalige metalcoreband Fleddy Melculy voor de wind. Na hun succesvolle debuutplaat Helgië volgden een hele reeks optredens waaronder zelfs een eigen festival, genaamd Fleddypalooza. En kijk, op 16 februari 2018 bracht de band reeds een tweede langspeler uit die de titel De Kerk Van Melculy meekreeg. Het is een dubbelalbum met liefst 30 tracks. Op 13 februari had uw redacteur een gesprek met zanger Fleddy Melculy, of zoals op zijn identiteitskaart te lezen staat: Jeroen Camerlynck.

Heb je meer zenuwen voor deze release dan voor de release van Helgië?

“Goh, dat nu niet per se, maar het is wel anders. Bij Helgië wisten we niet zo goed wat we moesten verwachten. Bij de release van De Kerk Van Melculy is dat eerder iets van: we zijn benieuwd naar wat de mensen nu gaan zeggen. Want als je een tweede plaat uitbrengt, dan ligt de lat zonder dat je het zelf wilt veel hoger. Zeker omdat veel mensen na één noot gehoord te hebben al gaan zeggen: ik vond die vorige plaat toch beter” (lacht). Daar voegt Jeroen nog aan toe: “nee de lat ligt sowieso hoger en dat maakt het wel spannend.”

De Kerk Van Melculy is een dubbelalbum geworden met maar liefst 30 tracks, waaronder ook acht livenummers. Waar blijf je toch in godsnaam die inspiratie vandaan halen?

“Dat is moeilijk te verklaren”, krijg ik te horen. “Ik kan daar alleen maar op antwoorden dat ik gewoon heel graag muziek maak. De inspiratie was er, ik ben die plaat ook al beginnen te schrijven op de dag dat zijn voorganger Helgië uitkwam. Dan kon ik met een gerust hart die plaat loslaten en zeggen: voila de plaat ligt in de winkel, alles is hier in orde en nu kan ik aan het volgende beginnen te denken. Ondertussen heb ik met mijn makkers van De Fanfaar de nieuwe Urbanus-plaat in elkaar gestoken.” Samenvattend zegt hij nog: “Ik maak dus gewoon graag muziek en de inspiratie was er, maar ik voelde zelf aan dat het op een gegeven moment moest stoppen, dus maakten we er gewoon een dubbelalbum van om de critici die dachten dat Fleddy Melculy een ééndagsvlieg was lik op stuk te geven.”

Het nummer 668 werd uitgebracht in samenwerking met King Hiss. Vanwaar deze samenwerking?

King Hiss is zo een band die we hebben leren kennen on the road en waar we heel goed mee overeen komen. En Joost die ken ik nog als gitarist van Congress, dat was een hardcoreband van vroeger. Het is altijd plezant om samen te werken met mensen die mij inspireren en waar je iets van kan leren. Plus, de mannen van King Hiss kunnen vanalles wat ik niet kan, bijvoorbeeld speciale screams en hoge tonen. Maar ook soleren zoals Joost dat kan niemand van de Fleddy Melculy-gitaristen.”

Dan heb je ook nog de Sepultura-cover Den Bus Gemist. Hiervoor sloegen jullie de handen in elkaar met Goe Vur In Den Otto.

“Dat is juist hetzelfde verhaal als met King Hiss” antwoordt Jeroen. “We hebben die ook on the road leren kennen en Goe Vur In Den Otto was eigenlijk één van de eerste acts die we tegenkwamen en waarmee we vaak samen werden geboekt omdat we zowat in hetzelfde straatje zitten.” Lachend vervolgt hij: “alletwee metal en alletwee een serieuze slag van de molen gekregen. En niet te vergeten met een goede scheut humor. Na één keer samen te spelen waren wij al de beste vrienden en dan duurde het niet lang vooraleer we beslisten om eens iets samen te doen.”

Wat je ook terugvindt op De Kerk Van Melculy zijn twee intermezzo’s. Maar komaan, pannenkoeken bakken op de tonen van een epic en duister intermezzo, waarom?

“Allez komaan, dat is toch plezant?”, antwoordt de zanger al lachend. “Dat liedje hebben wij afgelopen zomer even gebruikt als intro voor onze shows. Je kent het wel he, zo van die metalbands die voor hun show een serieuze interlude opzetten om de sfeer en de spanning op te bouwen. Wij doen net hetzelfde, maar volgens ons kan je er dan evengoed iemand op zetten die pannenkoeken bakt.” Nog steeds lachend zegt Jeroen: “op zulke momenten zijn wij gewoon de metalclichés aan het uitvergroten. Jij weet het ook wel, op haast elke metalplaat staat tegenwoordig een heel mooi ingespeeld akoestisch nummertje, dat is tegelijkertijd een nummer waarop je al sneller de skiptoets induwt dan ernaar te luisteren.”

Heeft Apu eindelijk zijn wraak gekregen omdat je zijn nightshop hebt afgebroken?

“Ja dat heeft hij zeker. Maar er gaan geruchten de ronde, daarvoor zal je naar de show moeten komen zien, dat hij er absoluut niet mee kan lachen en dat hij blijkbaar zijn nachtwinkel heeft ingeruild voor een kameel.” We komen beiden op dat moment niet meer bij van het lachen, maar toch vallen er nog woorden te horen tussen dat gelach: “Dat zijn dus de geruchten maar tijdens de liveshows komen de mensen daar meer van te weten.”

Na een release volgen er uiteraard een deel shows. Wat meteen opvalt is het verschil in aantal optredens tussen België en Nederland. Hoe komt dit?

“Dat is eigenlijk heel simpel te verklaren”, legt Jeroen uit. “Het is ook een vraag of opmerking die we vaak krijgen. Maar in Nederland lopen ook drie keer meer Nederlandstaligen rond dan in België. Ons doelpubliek is daar dus ook veel groter en je hebt daar ook veel meer zalen om op te treden. Je hebt in Nederland bij wijze van spreken in ieder dorp een AB. En in Nederland heb je ook een veel grotere metalscene. Daarom kunnen en gaan wij daar ook drie keer zoveel spelen als in België. Je hebt er ook geen Studio Brussel die regelmatig een metalnummer spelen ofzo, als je het als band wil maken in Nederland moet je het dus op een andere manier doen, bijvoorbeeld via een online gegeven. Je hebt daar ook veel meer online magazines dan in België, en er zijn er weinig zoals jullie die zich enkel focussen op metal en zijn subgenres, dat weten jullie zelf ook waarschijnlijk.”

Inderdaad. Volgen er nog andere Belgische optredens?

“Ja, die komen er nog zeker. We hebben tot nu toe enkel de clubshows bekendgemaakt, maar er komen sowieso nieuwe data bij. Festivals en in het najaar, dus geen zorgen (lacht).”

Er komen ook nog twee Fleddypalooza’s, maar alletwee in Nederland. Komt er ook nog één in België?

“Momenteel kan ik daar nog niet veel over kwijt, maar die kans is zeer groot. De reden dat we die Fleddypalooza’s nu in Nederland houden is omdat we van die zaal carte blanche gekregen hebben en we zelf een affiche mochten samenstellen. Dan zeg je daar geen nee tegen.”

Nu even iets compleet anders. Heb je nog nieuws over de goudvis Fleddy, die je gedoneerd hebt aan Studio Brussel?

Na even nadenken antwoordt hij: “Goh, nee eigenlijk totaal niet. Nu dat je het zegt, ik zou daar eigenlijk eens voor moeten horen. Want anders ga ik die gaan terugvragen he (lacht). Hoe lang leeft zo een goudvis eigenlijk, vijftien minuten?”

Nu we het toch over Studio Brussel hebben: wat vind jij van de hashtag “fuckdenieuwelichting”?

“Oei, ik wist zelfs niet dat dat bestond”, antwoordt de zanger totaal verbaasd. “Je ziet hoe hard ik het volg. Wat kan je er van zeggen? Ik kan er wel eerlijk over zijn: je bent als band niet tevreden als ze je album niet draaien op de radio. Of als ze totaal niets laten weten, dat is nog erger. Zo zijn er duizenden groepen in België die gehoord willen worden en die proberen dat op alle mogelijke manieren. Zo ook De Nieuwe Lichting. Je kan al die inschrijvingen als radiozender onmogelijk allemaal aan bod laten komen, en het spijtige is dat er dan een heleboel goede bands zijn die niet gedraaid worden. Maar om daar meteen zo een hashtag van te maken? Ze mogen al blij zijn dat Studio Brussel zoiets doet voor jonge bands.”

Goed, dan vrees ik dat mijn vragen op zijn. Wil je zelf nog iets zeggen tegen onze lezers?

“Goh, wat kan ik nog zeggen? Ah, misschien volgende boodschap: blijf voor altijd jong, dat is misschien de belangrijkste levensles die je kan krijgen.”

Bedankt voor deze leuke conversatie Jeroen en wie weet tot binnenkort!

X