The Ocean heeft in zijn ruim 25-jarige bestaan al vaker bewezen dat stilstand geen optie is. Na de geologische reis van Precambrian, Phanerozoic I, Phanerozoic II en het meer elektronisch georiënteerde Holocene, leek de band met dat laatste album een tijdperk af te sluiten. Solaris pikt de draad op waar Holocene eindigde: de aarde is uitgeput en de mens kijkt noodgedwongen naar de sterren voor een nieuwe toekomst.
En dat is meteen ook waar The Ocean opnieuw bijzonder sterk in blijkt: van een concept een muzikale ervaring maken. Solaris voelt niet als een verzameling songs, maar als één lange reis. De acht nummers vormen samen een indrukwekkend audiovisueel landschap waarin atmosferische passages, progressieve structuren en loodzware post-metal voortdurend met elkaar in dialoog gaan.

De opener 52°30’11″N, 13°26’12″E fungeert als vertrekpunt, waarna Departure Song letterlijk de motoren start. De song bouwt langzaam spanning op en laat meteen horen dat de band na Holocene opnieuw meer ruimte maakt voor zijn zwaardere kant. Dat betekent echter niet dat The Ocean zijn experimenten achter zich laat. Integendeel. Synths, piano, elektronica en zelfs trombone krijgen een prominente plaats binnen het geheel. Vooral Light Pollution en het ruim zeventien minuten durende Simulacra tonen hoe goed de band zware riffs kan laten samensmelten met filmische en bijna etherische passages. De bijdragen van onder anderen Thorsten Quaeschning van Tangerine Dream en toetsenist Orestis Zafiriou passen dan ook naadloos binnen het grotere geheel.
Waar Holocene soms bewust afstand nam van de traditionele metalidentiteit van The Ocean, voelt Solaris opnieuw organischer en zwaarder aan. De riffs hebben meer gewicht, de dynamiek is groter en de nieuwe vocalisten Enrico Tiberi en Lane Shi geven het materiaal een nieuwe dimensie. Samen met de vernieuwde line-up rond oprichter Robin Staps slaagt de band erin om vertrouwd te klinken zonder simpelweg terug te grijpen naar het verleden. Het absolute middelpunt is Ultima Esperanza, een kolos van ruim twaalf minuten waarin The Ocean alle registers opentrekt. Zwaar en intens, maar tegelijk meeslepend en zorgvuldig opgebouwd. Het is precies de combinatie die de band al jaren onderscheidt: brutaliteit krijgt pas echt betekenis wanneer ze wordt afgezet tegen stilte, ruimte en melodie.
Ook de afsluiter,51°28’30″S, 73°6’11″W, sluit de cirkel mooi. De coördinaten verwijzen naar Zuid-Amerika, terwijl de reis die op kosmische schaal begon uiteindelijk weer op aarde eindigt. Muzikaal keert bovendien het klankbeeld van het begin terug, waardoor Solaris een mooi afgerond geheel wordt. Wat vooral opvalt, is hoe zelfverzekerd The Ocean op dit nieuwe album klinkt. Een ingrijpende wissel in de bezetting had gemakkelijk kunnen leiden tot een zoekende of geforceerde plaat. In plaats daarvan klinkt Solaris als een band die opnieuw ontdekt heeft hoeveel mogelijkheden er binnen zijn eigen geluid bestaan.
Dit is geen gemakkelijke plaat. De lange composities vragen tijd en aandacht, maar wie bereid is om die investering te maken, krijgt er bijzonder veel voor terug. Solaris is zwaar zonder eentonig te worden, progressief zonder nodeloos complex te klinken en atmosferisch zonder ooit zijn tanden te verliezen.
Tracklist:
- 52°30’11″N, 13°26’12″E
- Departure Song
- Light Pollution
- Simulacra
- Belligerence
- Ultima Esperanza
- Milk Of My Dreams
- 51°28’30″S, 73°6’11″W


0 reacties