Deze editie van Jera On Air telde opnieuw drie festivaldagen, in tegenstelling tot vorig jaar, toen een extra dag werd toegevoegd ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het festival. Dat vierde dagje bleek een eenmalig experiment, want dit jaar keerde men terug naar het vertrouwde driedaagse format. Zo ging het op zaterdag al richting het slotakkoord, al beloofde dat allesbehalve rustig te verlopen. Met kleppers als Turnstile, Knocked Loose en Refused op het programma was het duidelijk dat Jera nog één keer voluit wilde gaan. Amped-Up was er alweer vanaf het middaguur bij, want met Employed To Serve had de organisatie niet de minste band gestrikt om dag drie op gang te trekken.
Employed To Serve – Vulture – 12:00 – 12:30
Zaterdag is standaard dé dag op Jera On Air. Het is de enige échte weekenddag van het festival, en dat merk je steevast aan de massale opkomst. Ook dit jaar was dat niet anders. De organisatie wilde het publiek dan ook al vroeg richting festivalweide lokken, want zowel de Vulture als de Buzzard werden geopend door twee graag geziene namen. Onze geliefde Buzzard werd op gang getrokken door de lokale helden van State Power, maar wij kozen voor de metalcore van Employed To Serve, die twee jaar geleden ook al op ons lijstje prijkten. Toen gooide een technisch mankement roet in het eten: we raakten het terrein niet tijdig op en moesten hun set al aanschuivend in de gietende regen aanhoren. Dit jaar namen we geen risico. We zorgden ervoor dat we ruim op tijd arriveerden, wat geen overbodige luxe was, want de toegangscontrole aan de inkom was dit jaar niet van de poes. Employed To Serve is het onderwerp van deze review. En die stelden, op één kleine uitschuiver na, allerminst teleur.

Openen deden ze met Treachery, afkomstig van het dit jaar verschenen Fallen Star, en dat deden ze met verve. In de kleinere stages is het vanzelfsprekender om meteen het vuur aan de lont te steken, maar in de grote Vulture lukt dat enkel als je écht van goede huizen komt. Employed To Serve had daar duidelijk geen moeite mee. De daaropvolgende track was helaas een stuk minder. Atonement, nota bene van diezelfde nieuwe plaat, werkte als een echte sfeerspons. Het refrein, dat duidelijk inzet op meezingbaarheid, sloeg niet aan en haalde de vaart volledig uit de set. De breakdown op het einde was dan weer wel de moeite, maar de weg ernaartoe voelde veel te langdradig aan.
Gelukkig was dit het enige dipje in een voor de rest stevige setlist. Na die breakdown viel het geen seconde meer stil. Sterker nog: Employed To Serve slaagde erin om al vroeg op de dag iedereen aan het bewegen te krijgen. De tent stond goed vol, zeker gezien het vroege uur, de teksten werden uit volle borst meegebruld, en de moshpit stond continu onder hoogspanning. Afsluiten deden ze met een gewaagde keuze: opnieuw een nieuwe track, Who’s Side You Are?, van Fallen Star. Dat had fout kunnen aflopen, maar het werd een voltreffer. Justine Jones wist de meute nog één keer helemaal op te hitsen, met een donderende breakdown en een geslaagde wall of death als orgelpunt. Employed To Serve greep deze festivalshow aan om hun nieuwste langspeler voor te stellen. Waar dat bij andere bands vaak resulteert in een eerder vlakke of onbekende set, wisten zij zonder moeite een half uur lang te entertainen. Geen overbodige franjes, geen gimmicks, enkel brute kracht, technisch vakmanschap en een frontvrouw die steeds sterker oogt. Missie meer dan geslaagd dus. Employed To Serve liet zien dat ze in topvorm verkeren en maakte ons alleen maar nieuwsgieriger naar een eigen zaalshow.(B.W.)
Dad Magic – 13:30 – 14:00 – Sparrow
Belgen op Jera On Air, dat is vaste prik. Niet alleen in het publiek, maar ook op de affiche duiken steevast enkele landgenoten op. Dit jaar was dat onder meer Dad Magic, een Gentse post-hardcoreband die zich vorig jaar nog liet opmerken tijdens Humo’s Rock Rally. Daar kregen ze gemengde reacties: de energie en het potentieel waren er, maar het samenspel liet volgens de jury nog wat te wensen over. Dat de band ondertussen ook in Nederland voet aan de grond krijgt, bleek uit de opkomst. Het schuurtje, de intiemste stage van het festival, stond aangenaam vol en er hing al voor aanvang een uitgelaten sfeertje. Het publiek was duidelijk klaar voor Dad Magics debuut op Jera On Air.

Toen de Belgen het kleine podium bestormden, schoot de energie meteen de hoogte in. De moshpit kwam aanvankelijk wat aarzelend op gang, maar frontman Sven Aerts bracht daar snel verandering in. Zijn ontembare energie werkte aanstekelijk: hij stuiterde als een bezetene over het podium, zonder ook maar iets in te boeten op vocale kwaliteit. Die gedrevenheid sloeg over op het publiek, wat in het benauwde schuurtje al snel resulteerde in een feestje. Ditmaal geen pit waarbij mensen proberen elkaar KO te slaan, maar een gezellig trek- en duwspelletje.
Toch was de set niet volledig zonder kanttekeningen. Na een furieuze start zakte het tempo hier en daar wat in. Sommige nummers voelden aan als opvulmateriaal en haalden de vaart wat uit de show. Jammer, want wanneer Dad Magic op volle toeren draait, is het een wervelwind. Als ze die intensiteit de volle set weten vast te houden, horen ze moeiteloos bij de hoogtepunten van het weekend.
Afsluiten deden ze met Absurd Beast, een explosieve track die het schuurtje nog één keer deed ontploffen. Een bommetje dat de band slim tot op het einde had bewaard. Met een brede glimlach trok het publiek richting de volgende band, duidelijk onder de indruk van deze jonge Belgische band. Dad Magic bracht een show vol goesting, overtuiging en potentieel. Geen absolute hoogvlieger, maar wel een erg fijne en veelbelovende passage van onze landgenoten.(B.W.)
- Cravis
- Reruns
- Plain Grey
- Still Life
- You’re All The Same (Cover)
- Love Remains Standing
- Ego
- Mundane
- Keyboard Warrior
- Bad Soup
- Absurd Beast
Smash Into Pieces – 14:00 – 14:45 – Vulture
Na het nieuws dat gitarist Benjamin Jennebo vorige week zwaar ten val kwam op Graspop, met meerdere gebroken ribben en ernstige knieschade tot gevolg, konden we het optreden van Smash Into Pieces op Jera On Air niet zomaar links laten liggen. Ondanks deze flinke tegenslag stond de band er gewoon, vastberaden om hun show neer te zetten. En dat deden ze met verve.

Ze trapten hun set af met Flow, afkomstig van het recent verschenen Ghost Code. De Zweden, bekend om hun unieke mix van alternatieve rock en elektronische invloeden, maakten meteen indruk. APOC, achter het drumstel met zijn kenmerkende gemaskerde look, gaf een imposante visuele én muzikale performance. Het overvloedige vuurwerk en de lasershow zorgden voor een futuristisch sausje, al gingen sommige lichteffecten wat verloren in het felle daglicht.
Toch deed dat niets af aan de intensiteit van het optreden. De band hield het tempo strak, wist het publiek te raken én in beweging te krijgen. Als afsluiter kregen we Six Feet Under, eveneens van Ghost Code: een krachtig slotakkoord dat zowel muzikaal als emotioneel binnenkwam. (Y.V.)
Dayseeker – 14:45 – 15:30 – Eagle
Tijd voor een brok emotie en intensiteit met de Amerikanen van Dayseeker, die op de Eagle Stage hun melancholische post-hardcore kwamen delen met een massaal opgekomen publiek. Ze openden hun set met Pale Moonlight, hun nieuwste single van eerder dit jaar, waarbij het bijhorende artwork prachtig werd weergegeven op het LED-paneel achter de band, een sfeervolle start die meteen de toon zette.

Dayseeker is een meester in contrast: ze bouwen geduldig aan een intieme, breekbare sfeer, om die vervolgens genadeloos open te scheuren met explosieve hardcore-uitbarstingen. Die dynamiek hield het publiek constant op het puntje van de tenen. Het absolute hoogtepunt kwam bij het voorlaatste nummer Sleeptalk, ongetwijfeld hun populairste track. Het publiek zong luidkeels mee, wat resulteerde in een kippenvelmoment van jewelste. Voor ondergetekende een nummer dat telkens weer een brok in de keel bezorgt.
Afsluiten deden ze met het krachtige Neon Grave, waarbij de Eagle Stage volledig losbarstte. Met een perfecte balans tussen emotie en brute kracht bewees Dayseeker dat ze tot de top van het genre behoren, een onvergetelijke passage die nog lang zal nazinderen. (Y.V.)
Poppy – Vulture – 17:00 – 17:45
Poppy zette de Vulture Stage in vuur en vlam, en dat mag je vrij letterlijk nemen: een grote opkomst, veel verwachting, en een sterk visueel concept. Ze trapte de set af met Have You Had Enough?, en het was meteen duidelijk dat we hier niet zomaar naar een popartiest stonden te kijken, dit was een optreden met een scherpe rand.
Wat Poppy uniek maakt, is haar naadloze overgang van een dromerige, bijna engelachtige zangstem naar demonische screams waar menig metalzanger jaloers op zou zijn. Het contrast zorgt voor een fascinerende spanning die live nog beter tot zijn recht komt dan op plaat. Hoewel Poppy vooral bekendstaat om haar samenwerkingen, denk aan talloze collabs met artiesten uit het hardere genre, bracht ze er vandaag slechts één ten gehore: V.A.N., haar explosieve samenwerking met Bad Omens. En die werd enthousiast onthaald door het publiek.
Er zat duidelijk een theatrale laag in de show, met gestileerde bewegingen en een sterke esthetiek, maar toch voelde het alsof er nog meer potentieel inzat. Wie weet wat ze allemaal uit de kast haalt tijdens haar volgende indoor-tournee, waar ze volledige controle heeft over licht, geluid en sfeer. Eén ding is zeker: die show verdient alvast onze aandacht. (Y.V.)
Deafheaven – Buzzard – 17:00 – 17:45
Ze stonden oorspronkelijk niet op mijn lijstje, maar na een gezellige babbel met Thijs Vogels van Jera On Air besloot ik toch mijn kans te wagen. Bij deze: bedankt voor de tip, Thijs. Deafheaven was geen onbekende voor me, maar de combinatie van black metal en Jera leek me op voorhand wat gewaagd. Toch werd nog voor de eerste noot duidelijk dat dit bijzonder ging worden: de intiemere Buzzard puilde uit nog voor de band opkwam. Deafheaven is dan ook geen doorsnee blackmetalband, en dat bewezen ze hier met verve. Toen de Amerikanen het podium betraden, leek Jera even op de metalen hoogmis in Dessel, met de nadruk op even. Patchvesten verzamelden zich rond de tent, wat het metalgehalte op de weide flink opdreef. Maar binnen in de tent herinnerden de violent dancers en stagedivers ons eraan dat we toch écht op het heerlijke Jera On Air stonden. Wat volgde, was een muzikaal en visueel spektakel van bijna hemelse proporties.

Lyrisch, dat is het woord dat het gevoel samenvat dat Deafheaven me gaf. Wat ben ik blij dat ik mijn oorspronkelijke planning overboord gooide. Ik dacht dat ik wist wat deze band bracht, maar live komt hun sound op een totaal andere manier binnen. Muzikaal was dit zonder twijfel één van de hoogtepunten van het weekend. Dat ook de energie zó hoog zou zijn, dat verraste me wel. Het bracht me meteen terug naar een oude liefde: Oathbreaker, die me in 2017 op Groezrock compleet van m’n sokken blies. Ironisch genoeg miste ik dat jaar Deafheaven vanwege een overlap met Wolf Down. Gelukkig kreeg ik nu een herkansing, en die heb ik dankzij Thijs alnsog gegrepen.
Dit is waarom ik naar Ysselsteyn trek. Nieuwe ontdekkingen doen, pure magie meemaken. Deafheaven zal vanaf nu steevast in mijn playlist opduiken, want dit optreden vraagt om verdieping. Ondanks hun minder toegankelijke sound, kregen ze de Buzzard moeiteloos mee. De set begon misschien nog wat aftastend, maar de pit draaide meteen op Buzzard-niveau. Crowdsurfers en stagedivers lieten aanvankelijk op zich wachten, maar eens het ijs gebroken was, ontstond er een perfecte chemie tussen band en publiek, een match made in heaven.
Tegen het einde van de set, vraag me vooral niet bij welk nummer, daarvoor ken ik hun discografie nog niet goed genoeg, stond het kleine podium plots vol met mensen. Gelukkige mensen, dat zeker. Al blijf ik er persoonlijk wat dubbel tegenover staan: iedereen op het podium roepen voelt voor mij altijd wat klef aan. Op Jera On Air toon je appreciatie niet door massaal het podium op te kruipen, maar door als publiek collectief uit je dak te gaan. Er zijn op elk moment genoeg gegadigden om dat podium op te klauteren, daar moet je als band niet per se uitzonderlijk voor presteren.

Dat gezegd zijnde: Deafheaven leek zelf zichtbaar te genieten van dit moment van connectie met hun fans, en dat maakte het oprecht. Voor ik het wist was de show alweer voorbij, wat zoals altijd een goed teken is. Dit was mijn eerste ontmoeting met Deafheaven, maar zeker niet de laatste. Zo’n optreden blijft hangen. Binnen vijf of tien jaar weet ik nog precies hoe dit voelde. Een onvergetelijke ervaring, die duidelijk naar meer smaakt.(B.W.)
Thrice – Vulture – 18:30 – 19:15
Thrice is een band met een rijk verleden en dat hoor je. Doorheen de jaren heeft de Amerikaanse post-hardcoregroep een indrukwekkend parcours afgelegd, met telkens weer nieuwe invloeden en muzikale wendingen. Daardoor weet je als fan nooit helemaal wat je live kan verwachten. Maar deze keer kreeg het publiek op de Vulture Stage een goed uitgebalanceerde, gevarieerde set die verschillende tijdperken van hun carrière verenigde.

Op vlak van showelementen hielden ze het sober: geen spektakel, geen franje. Maar wat wél indruk maakte, was het loepzuivere, keiharde geluid. Elke noot, elke zanglijn zat precies waar die moest zijn, een meesterlijke beheersing die door merg en been ging. De band speelde met een vanzelfsprekende intensiteit die je enkel vindt bij muzikanten die volledig in controle zijn over hun kunst.
Een absoluut hoogtepunt was natuurlijk de klassieker The Artist in the Ambulance, die massaal werd meegezongen door een zichtbaar dankbaar publiek. Het was een van die momenten waarop de connectie tussen band en fans tastbaar werd. Geen overdreven bombast dus, maar pure klasse en overtuiging. Thrice bewees nog maar eens waarom ze tot de absolute top behoren binnen hun genre. Een optreden dat minder schreeuwde, maar des te meer zei. (Y.V.)
Slope – Buzzard – 18:30 – 19:15
De Duitsers van Slope zijn zo’n band die me door de jaren heen meermaals live omver heeft geblazen. Ik heb ze zien groeien van een groep twijfelende jongens, duidelijk nog zoekende naar een eigen, karaktervolle sound, tot de geweldige band die ze vandaag de dag zijn. Wat mij betreft is dit dé hardcoreband die buiten de lijntjes kleurt zonder ooit aan kwaliteit in te boeten. Er zijn andere bands, waarvan sommigen nota bene deze dag het hoofdpodium afsloten, waarbij de slinger ondertussen toch écht is doorgeslagen. Maar Slope? Die maken hardcore met een rauwe finesse, met een zekere aaibaarheidsfactor zelfs. Al zijn ze ook een beetje als Gremlins: geef ze een uitzinnige massa en een barrierloze stage, en dat schattige beestje verandert razendsnel in een furieus monstertje dat met plezier schade aanricht.

De band trapte af met Fury Funk, een opener die perfect samenvat wat je de volgende drie kwartier kan verwachten: funky grooves, messcherpe riffs en een publiek dat er vol voor gaat. Zelfs It’s Tickin, een track die me op plaat eerlijk gezegd maar matig boeit, wist me live aan het bewegen te krijgen. Maar voor mij, en blijkbaar ook voor de rest van Jera, ging het pas écht los bij de oude klassieker Goodbye Mr. Dandy. Plots kwam er van overal volk aangevlogen: stagedivers en crowdsurfers popten uit het niets op. Tot dan toe was het al een zeer vermakelijke show, maar op dat moment stond de Buzzard écht in lichterlaaie.
Volgens de setlist die ik van de band kreeg, zat hierna een pauzemomentje ingepland. Om op adem te komen, veronderstel ik. Maar van een rustpunt herinner ik me niets. Integendeel: ik vroeg me continu af hoe de mensen dit in godsnaam gingen volhouden. En het waren niet alleen de oudere tracks die insloegen als een clusterbom. NBQ (Natural Born Quitter) was voor mij het absolute kanonsschot van het nieuwste album Freak Dreams. De breakdowns bleven komen en dwongen de pit tot volledige overgave. Wie hier eigenlijk niets te zoeken had, werd zonder pardon richting uitgang gebeukt. Wat een power. Wat een présence. Elke keer dat ik Slope zie, worden ze beter. Waar gaat dit stoppen? Hopelijk niet op de mainstage, die is te klinisch voor zo’n losgeslagen beest, maar als headliner van onze geliefde Buzzard. Dat lijkt me hun natuurlijke habitat.

Voor het slotakkoord koos de band met 9/5 voor een oerklassieker. Een logische keuze, zou je denken. Al bewezen sommige andere bands dit weekend dat dat niet altijd hoeft. Slope deed het wél, en hoe. Ze gaven het publiek nog één laatste, ferme schop onder het achterwerk. Losgehen! De tent ging volledig overstag. Armen, benen, schoenen, petjes, alles vloog in het rond. Toen de stofwolk ging liggen, werden de verloren voorwerpen netjes terugbezorgd aan de slachtoffers. Slope was zonder twijfel één van de hoogtepunten van het weekend. Iedereen die erbij was, kan dat alleen maar beamen.(B.W.)
Setlist:
- Fury Funk
- It’s Tickin
- Goodbye Mr. Dandy
- I’m Fine
- Train Surfing
- Freak Dreams
- Why Sad
- NBQ
- Talk Big
- Bark N Bite
- True Blue
- Buzz Off
- 9/5
Refused – Eagle – 19:15 – 20:00
Toen Jera On Air de komst van Refused aankondigde, had ik ze eerlijk gezegd hoger op de affiche verwacht. Een pre-headliner op de Eagle? Logisch. Afsluiter in de Vulture? Ook aannemelijk. Maar dat er ná hen nog drie bands op het hoofdpodium zouden spelen? Dat had ik niet zien aankomen. De vorige keren dat ik hen aan het werk zag, was telkens op Groezrock in Meerhout, waar ze steevast als afsluiter van de mainstage geprogrammeerd stonden. De meningen daarover waren vaak verdeeld, maar persoonlijk heb ik er altijd van genoten. Mede dankzij die keuzes van de organisatie ben ik fan geworden, als tiener kende ik de Zweden immers nog niet echt. Hun eerste passage na de comeback in 2012 was ronduit magistraal. Aan die show heb ik ontzettend warme herinneringen overgehouden.

Al moet ik toegeven: het is vooral The Shape of Punk to Come die me telkens weer weet te raken. Die plaat blijft een mijlpaal, intens, grensverleggend en tot op vandaag magisch. De merch deed al vermoeden dat dat album centraal zou staan. Er waren zelfs truien met Everlasting op, een track die voor mij onlosmakelijk verbonden is met hun passage op Groezrock 2012. Toen een absoluut hoogtepunt. Everlasting is de titeltrack van hun 1994 verschenen EP, waarop we nog een rauwere, minder gepolijste versie van de band horen. Mijn hoop op een set vol ‘gouwe ouwe’ was dus groot. Dat had de Eagle kunnen doen ontploffen. Maar helaas: ondanks een goedgevulde tent bleef een echte overrompeling uit. Begrijpelijk door het vroege uur, maar toch, bij een band als Refused, op een festival als Jera On Air, had ik meer volk verwacht.
Wie dacht dat ze die cultplaat integraal zouden brengen, kwam bedrogen uit. Dat feestje wordt bewaard voor 7 oktober in de 013 in Tilburg. Deze keer kregen we een soort best-of, al was het eerder een eigenzinnige selectie. Geen Everlasting, geen Pump the Breaks. In plaats daarvan drie tracks van The Shape of Punk to Come en drie van Songs to Fan the Flames of Discontent. Daartussen kregen we Elektra (Freedom) en Malfire (War Music) voorgeschoteld, twee “nieuwere” nummers die de telkens de vaart uit de set haalde, helaas. Sfeersponzen, een term die ik maar al te graag boven haal, maar ook bij deze weer super relevant zijn. Met de juiste keuzes had deze show écht memorabel kunnen zijn.

De overtuiging bij Refused zelf? Die was er zeker. Ze blijven een band waar de energie vanaf spat, en Dennis Lyxzén is nog steeds die bezeten frontman die het podium onveilig maakt met z’n excentrieke danspasjes. Je kúnt gewoon niet wegkijken. Return to the Closet, afkomstig van Songs to Fan the Flames of Discontent, was een fijne toevoeging. Iets experimenteler qua opbouw, maar de finale-explosie is puur Refused: strak, intens en rauw. Het gaf de tent onverwacht nog een welgekomen energieboost. Natuurlijk eindigden ze met de publiekslieveling New Noise. Zoals te verwachten viel, ging de Eagle volledig los op de iconische woorden: “Can I scream?” Enfin, iedereen… behalve Lyxzén zelf. De micro ging wel de lucht in, maar zijn eigen stem bleef achterwege. Geen onoverkomelijk gemis, maar toch een klein dompertje. Refused liet zien tot wat het in staat is, maar het geheel voelde soms net wat te gepolijst aan. Iets meer risico of verrassing had de set écht onvergetelijk kunnen maken.(B.W.)
Stick To Your Guns – Vulture – 20:00 – 20:45
Het was nog maar net iets meer dan een week geleden dat ik compleet uit mijn dak ging op Stick To Your Guns op Graspop, en toch sta je er opnieuw zodra de kans zich aandient. Want zo’n band, die moét je gewoon keer op keer live meemaken. Met de tonen van Take On Me van A-ha werd het publiek alvast opgewarmd, om daarna volledig los te gaan wanneer de iconische 20th Century Fox-intro overging in een snoeiharde opener: Nobody. Meteen stond de tent in lichterlaaie, met een uitzinnig publiek dat elk woord meebrulde, en die energie bleef de hele set lang onverminderd hoog.

In razendsnel tempo vlogen de nummers ons om de oren. Natuurlijk kregen we een stevige portie klassiekers, maar de focus lag logischerwijs op hun nieuwste album Keep Planting Flowers, dat eerder dit jaar verscheen. Invisible Rain en Spineless staken daar als hoogtepunten bovenuit, krachtig én emotioneel geladen. Toch vergat de band zijn roots niet. Knallers als Amber en Married to the Noise mochten niet ontbreken, en bij afsluiter Against Them All bereikte de agressie zijn absolute hoogtepunt, met moshpits die alle kanten opgingen en een band die alles gaf tot de laatste seconde.
Stick To Your Guns bewees eens te meer dat ze live tot de absolute hardcoretop behoren. Energiek, oprecht en verwoestend, een optreden dat niemand onberoerd liet. En het goede nieuws? Ik hoef gelukkig niet te lang te wachten om ze opnieuw te zien, want op 20 januari spelen ze samen met Paleface Swiss in de AB in Brussel. Dat wordt er opnieuw eentje voor in de geschiedenisboeken. (Y.V.)
John Coffey – Buzzard – 20:00 – 20:45
Ondanks de indrukwekkende reeks internationale topacts op de laatste dag van Jera On Air, was er voor mij maar één band die ik écht niet wilde missen: de Hollandse punkhelden John Coffey. En ik was duidelijk niet de enige. De Buzzard stond al bomvol nog voor de eerste noot geklonken had. Er hing een uitzinnige sfeer, Jera was klaar om drie kwartier lang keihard te gaan en al feestend de laatste avond in te zetten. Met John Coffey heb je dan ook de perfecte act om in de juiste mood te komen. In 2023 stonden ze nog op de grote mainstage, dit jaar mochten ze terug naar de intiemere Buzzard, zonder barrière, met een nog directere connectie tot het publiek. Lokale bands doen het traditioneel goed op Jera, maar wat er zich hier zou kunnen afspelen, lag op een heel ander niveau. De verwachtingen waren dan ook torenhoog.

En die werden al vanaf minuut één ingelost. Steam Waltz, het relatief nieuwe nummer dat samen met hun comeback werd gelanceerd, opende de set en zette meteen de toon voor de rest van deze feestelijke set. De tent stond in vuur en vlam. Crowdsurfers en stagedivers vlogen in het rond, de pit draaide op volle toeren, en de sfeer was grenzeloos. Het was meteen duidelijk: dit ging een van de absolute hoogtepunten van het festival worden.
John Coffey dropte banger na banger, denk aan Featherless Redheads, Relief en Heart Of A Traitor, en het publiek vierde uitbundig, maar met respect voor elkaar. Dat was misschien wel het mooiste aan dit optreden: de energie was intens, maar o zo liefdevol. “De familie” was weer even compleet. De band voelde dat ook en toonde zich zichtbaar geraakt. “We spelen het liefst in Utrecht,” aldus frontman David Achter de Molen, “maar daarna komt zéker Jera On Air.” Gitarist Christoffer van Teijlingen voegde daar nog fijntjes aan toe dat de regering best eens kon komen kijken hoe je een samenleving organiseert. Want wat hij hier zag was: “de gedroomde maatschappij.”
Toch kende de set ook een klein dipje, een adempauze, als je wil. Baby, If It’s Toxic, van de nieuwste EP Punch The Clock, Smile and Wave, haalde de vaart er even uit. Maar zelfs dan bleef het vooraan feest, wat veel zegt over hoe meegezogen het publiek was. En toen… kondigde David al aan dat ze aan de laatste track waren beland. “Nog één keer alles geven,” riep hij, waarna de band samen “Miles to the End of the Road We Walk” begon te scanderen. De klassieker deed wat hij altijd doet: het lontje opnieuw aansteken. De outro galmde, de band begon hun instrumenten op te bergen, en het publiek keerde zich al langzaam richting uitgang.

Uit het niets greep David opnieuw naar de micro, en begon drummer Carsten Brunsveld als een bezetene op zijn drumstel te rammen. Broke Neck! Een verrassingsaanval van formaat. Het publiek explodeerde opnieuw, de Buzzard bewoog als één kolkende massa van voor tot achter. Wat een slotakkoord, wat een band. John Coffey was messcherp, vol energie, en zichtbaar gelukkig om hier te staan. David en de rest van de band dook meermaals het publiek in, hierdoor verviel de enige barriere die er was in de tent, die van band en publiek. Tijdens een show van John Coffey zijn we één grote familie. Jawaddedadde, dit was puur geluk in moshvorm. Jera was helemaal klaar voor z’n laatste avond.(B.W.)
Setlist:
- Steam Waltz
- Featherless Redheads
- Dirt & Stones
- Breed
- Oh, Oh, Calamity
- This Place Is Placeless
* interlude Jean trompette - Heart Of A Traitor
- Relief
- Baby, If It’s Toxic
- Romans
- Broke Neck
High Vis – Buzzard – 21:30 – 22:15
Al de hele dag hing er een aangename drukte op het terrein van Jera On Air, wat steevast resulteerde in uitpuilende Buzzard- en Hawk-tenten. Niet verwonderlijk, want de organisatie had weer een ijzersterke selectie artiesten gestrikt. Eén van de meest geanticipeerde optredens was dat van de Britse post-punkband High Vis. De Buzzard stond propvol, werkelijk niemand wilde dit optreden missen. Toen de presentator het kleinere podium betrad en de band aankondigde met de woorden: “Volgende keer staan ze op één van onze grotere stages, want dat gaat gebeuren. En dan kun jij zeggen: ik was erbij, in die knusse Buzzard. Hier is High Vis!” wist je: dit gaat speciaal worden. Het publiek stond klaar om te tonen waar Jera voor staat: passie en tonnen intensiteit.

High Vis is al lang geen onbekende naam meer. Volgend jaar viert de band zijn tiende verjaardag, en dat merk je: de muzikanten zijn perfect op elkaar ingespeeld. Live vertaalt zich dat in een scherp samenspel, waarbij de wat brave sound van de albums plaatsmaakt voor iets rauwers en venijnigers. Vooral frontman Graham Sayle transformeert zodra hij voor een massa staat: de zang wordt nonchalanter, de performance intenser. Het is alsof er een beest in hem wakker wordt. Dat ruwe randje werkt perfect in een setting als deze. High Vis is een muzikale leguaan: aanpasbaar, maar het liefst spelend in z’n natuurlijke habitat, een stomend hete, barrièreloze tent zoals de Buzzard.
Als een band met een stevige livereputatie samenvalt met een festivalpubliek dat wereldwijd geroemd wordt om zijn toewijding, dan ontstaat magie. En die magie werd werkelijkheid. De drie kwartier speeltijd vlogen voorbij in een roes van hoogtepunten. Slechts één nummer, Mind’s A Lie, voelde wat geforceerd aan met z’n dansbare insteek, het enige moment waarop mijn aandacht verslapte. Daartegenover stonden echter ijzersterke uitvoeringen van o.a. Talk For Hours, Drop Me Out, Mob DLA, en natuurlijk de uitsmijter van de avond.

Toen de Britten aankondigden dat ze aan hun laatste nummer waren beland, voelde je aan alles dat het publiek nog één keer alles wilde geven. De eer viel te beurt aan Choose To Lose, en het dak ging eraf. Crowdsurfers doken overal op, het kleine podiumpje liep vol met stagedivers, en het feest barstte los. De vibe in het tentje deed sterk denken aan de John Coffey-show eerder die avond, waar de liefde tussen band en publiek ook voelbaar was. Zowel High Vis als publiek genoten duidelijk. De Britten bewezen zich nog maar eens als één van dé livebands van het moment. Tot de volgende keer, al hopen we dan nog steeds op een stage zonder barrière, want dat directe contact is voor een band als deze simpelweg essentieel.(B.W.)
Knocked Loose – Eagle – 22:15 – 23:15
Na de verpletterende set van High Vis besloten we even op adem te komen met een drankje. Dat bleek geen overbodige luxe. Knocked Loose stond op het punt om dé show van het weekend neer te zetten, iets wat ik eerlijk gezegd niet had zien aankomen. De vorige keer dat ik hen zag, in de Vulture, was het zeker niet slecht, maar de grootsheid van het podium haalde toen veel weg van de intensiteit. Bovendien knaagde het: de band is tegenwoordig razend populair, maar trekt ook publiek aan dat weinig voeling heeft met de muziek. Van die types die verontwaardigd reageren wanneer ze hun pint verliezen in een pit. Ik vreesde dat dit de vibe zou killen. Maar niet op Jera On Air.

De menigte bij Knocked Loose was ronduit overweldigend. Waar je bij andere grote namen nog redelijk vlot de tent in kon wandelen, moest je hier al duwen vanaf de eerste plank. Zelfs buiten de Eagle werd er gestampt, gestompt en gefeest. Een wild, chaotisch schouwspel dat een uur lang heel Ysselsteyn deed daveren op z’n grondvesten. De band verkeerde in bloedvorm en dropte breakdown na breakdown op een publiek dat het met open armen ontving.Over het terrein hing een zinderende spanning, zelden zo intens gevoeld op Jera, alles klopte: de sound, de sfeer, de intensiteit. Dit was zo’n zeldzame set zonder één enkel zwak moment. Net als bij Sunami en Nasty de dag ervoor konden de hulpverleners de gekwetsten nauwelijks bijhouden, maar hier was het nog van een ander kaliber. Die bands braken hun eigen podium af, de intiemere Buzzard, maar Knocked Loose veranderde de hele Eagle in een oorlogszone. Dit was ongezien!
De setlist leunde zwaar op het recente album You Won’t Go Before You’re Supposed To, waarvan zeven van de tien tracks gespeeld werden. En dat werkte. Het nieuwste werk klonk net zo vernietigend als hun klassiekers. Vooral Take Me Home, dat me op plaat minder kon bekoren, kwam live mysterieus, duister en doeltreffend binnen, de opbouw naar de breakdown was ronduit indrukwekkend. En dan de finale…
Het vierluik Billy No Mates, Counting Worms, Deep in the Willow en Everything Is Quiet Now voelde als een nucleaire ontlading. De eerste twee, afkomstig van debuutplaat Laugh Tracks (die volgend jaar al tien jaar oud is), kregen het publiek nóg gekker dan het al was. Wat zich in de Eagle afspeelde, was geen pit meer, maar een slagveld, versterkt door het minimale licht en het gloeiende kruis achter de band als enige lichtbron. Het was beklemmend, intens, totaal overrompelend. En toen moesten krakers Deep In The Willow en Everything Is Quiet Now nog volgen.

Tijdens het slotnummer zag frontman Bryan Garris een jongetje in de frontstage. Hij haalde hem uit het publiek en zette hem op het podium – net op het moment dat de ultieme breakdown eraan kwam. De woorden “I was visited by death again. Upon loss… Everything is quiet now” werden uit duizenden kelen meegeschreeuwd. Kippenvel. De wall of death spleet de massa in twee, en daverde met brute oerkracht weer op elkaar in. Het licht viel weg. Enkel dat ene kruis achter de band gloeide nog. Een beeld dat zich onuitwisbaar in het collectieve geheugen kerfde van menig festivalganger.
Wat Knocked Loose hier heeft gepresteerd, was een unicum in de geschiedenis van Jera On Air. Nog nooit wist een band zo laat op de dag de grote Eagle zó op z’n grondvesten te laten daveren. Ook dat duistere, broeierige sfeertje dat een uur lang over het terrein hing, was ongezien. Een set waar ik met de nodige argwaan aan begon, bleek achteraf dé show van het weekend te zijn. Wat een totale overgave, van zowel band als publiek. Of het nu in een obscure kelder is, of op het hoofdpodium van Jera: deze band raakt iedereen. Wie erbij was, weet het. Wat een show. Wat een band. Wat een afslachting. Dit was een show van headlinerformaat, niets minder.(B.W.)
Turnstile – Eagle – 00:00 – 01:15
Muziek verbindt, maar kan evengoed verdelen. Je kunt nu eenmaal niet iedereen raken, en dat hoeft ook niet. Turnstile bleek dit weekend zo’n band waar de meningen fel over uiteenliepen. Voor sommigen was het een mokerslag van jewelste, de absolute top van Jera. Voor anderen nog geen schouderophalen waard. Ook binnen onze redactie liepen de smaken uiteen, dus laten we beide stemmen aan bod komen. Want juist in dat verschil schuilt de schoonheid van muziek.
Turnstile review 1
En toen was het moment daar: de laatste show van het festival, terwijl die donderdagmiddag waarop de weide openging alweer als een ver verleden aanvoelde. Met Turnstile had de organisatie geen kleintje geboekt als afsluiter. Enkele weken eerder brachten de Amerikanen uit Baltimore hun vierde album Never Enough uit, een release waar reikhalzend naar werd uitgekeken, vooral omdat Glow On in 2021 de hele hardcorewereld op z’n kop wist te zette. Turnstile had toen hun sound zodanig aangescherpt dat hun versie van hardcore bijzonder toegankelijk werd, zonder de goedkeuring van de puristen te verliezen. Het nieuwe album werd echter met gemengde gevoelens onthaald en wist de grote fanbase voor het eerst echt te verdelen.

Zelf was ik nog niet helemaal overtuigd van de nieuwe koers, die toch nog wat commerciëler aanvoelt dan het vorige werk. Met een gezonde dosis argwaan begaf ik me dus naar de Eagle-stage, benieuwd of Turnstile mij, en de rest van Jera, kon overtuigen. Knocked Loose had eerder al bewezen dat ook die grote tent echt kon exploderen, dus het was aan Turnstile om dat momentum als afsluiter vast te houden. Natuurlijk liggen beide bands muzikaal mijlenver uiteen, maar de intensiteit en beleving? Die moest minstens gelijkwaardig zijn.
De set ging van start met de titeltrack Never Enough, die door een deel van het publiek enthousiast werd meegezongen. Andere aanwezigen keken wat onwennig rond, hopend dat de lange, eenzijdige intro en de minstens even lange outro snel zouden passeren. T.L.C. (Turnstile Loves Connection) bracht wat vertrouwde energie in de keet: de pit kwam op gang, de sfeer zat goed. Endless wist die energie vast te houden, maar slaagde er niet in om die nog verder op te drijven. I Care, opnieuw een nummer van de nieuwe plaat, liet het geheel weer wat power verliezen. Trage, weinig zeggende muziek, en Brendan Yates‘ vocals kwamen hier bijzonder zwak uit de verf. Dull, dat eraan vasthangt, deed het dan weer stukken beter en herwon wat van die rauwe Turnstile-vibe, wat resulteerde in een uitzinnige mainstage.
Bij Don’t Play viel een groot deel van de nieuwe lichting fans door de mand. Het nummer, afkomstig van het bejubelde Glow On, heeft naast zijn toegankelijkheid ook een scherp randje. In de pit leverde dat mooie taferelen op, maar vocaal was het duidelijk wie waarvoor kwam: het refrein werd door de nieuwkomers massaal verkeerd meegezongen, terwijl de oude garde net op dat moment al dansend het onderste uit de kan haalde. Toch leek ook Turnstile zelf niet meer helemaal thuis in hun eigen klassiekers. Ondanks enkele oudere tracks in de set, kon enkel het ultrakorte Drop mij echt overtuigen. Het tweeluik 7 en Keep It Moving, afkomstig vanop de 2013 verschenen ep Step 2 Rhythm, zou in theorie een hoogtepunt moeten zijn voor de die-hardfans. Alleen jammer dat Yates tijdens de instrumentale intro op het idee kwam wat gekreun toe te voegen, wat alle intensiteit en rauwheid uit het momentum haalde. Spring dan gewoon rond, of voer één van je excentrieke danspasjes op, iets waar Yates de hele set geen genoeg van leek te krijgen, maar laat alsjeblieft de kracht van de muziek intact.

Dan waren er nog de eindeloos lange pauzes tussen de nummers, simpelweg tenenkrullend. Bij veteranen als Black Sabbath of Kiss valt dat nog te begrijpen, maar waarom een band als Turnstile zulke tussenmomenten nodig heeft, is mij een raadsel. Telkens wanneer er vaart in de set zat, werd de pauzeknop ingedrukt en viel alles stil. En natuurlijk moest ook hier het rockster-cliché worden uitgespeeld: van het podium verdwijnen om dan in de bisronde triomfantelijk terug te keren. Alles voelde ingestudeerd en gekunsteld, iets wat bij eerdere passages van de band helemaal niet het geval was.
De bisronde bestond uit Mystery, Blackout en Birds. Vooral dat laatste, opnieuw afkomstig van het nieuwe album, maakte nog wat indruk. Tot Yates op het einde besloot de stage vol te laten lopen met fans, een beeld dat intussen eerder routine dan spontaan oogt. Toen het tijdsschema online kwam, klonken er nog verontwaardigde reacties dat Turnstile slechts een uur kreeg. Vervolgens werd dat opgerekt met vijftien minuten extra. Gelukkig maakte de band daar slechts drie minuten van gebruik, want voor mij was dit een teleurstellende afsluiter. Wat ga ik deze show proberen te vergeten, zodat ik de vele mooie herinneringen aan Turnstile nog even kan blijven koesteren.(B.W.)
Turnstile review 2
De grote afsluiter van Jera? Eerder de middernachtelijke kickflip waarvan we niet wisten dat we hem nodig hadden! Turnstile kwam binnen op een suikerrush en leverde een set af die nog jarenlang zal weerklinken in de zweterige circlepits van Jera’s geschiedenisboeken. Vanaf de eerste snareklap van NEVER ENOUGH veranderde de Eagle Stage in een skatepark-omgetoverd-tot-oorlogsgebied: Vans vlogen in het rond, shirts gingen uit, en crowdsurfers vestigden per minuut nieuwe records.
T.L.C. raakte als een frontside flip recht in je gezicht – pure vreugde, volle snelheid vooruit. Brendan Yates was een niet te stoppen kracht aan de microfoon, Pat McCrory en Meg Mills, gewapend met hun kenmerkende Jackson-gitaren, leverden rauwe, krachtige riffs alsof het grindtricks waren recht in je maag. Ondertussen hielden bassist Franz Lyons en drummer Daniel Fang alles bij elkaar met groovy, onverstoorbare ritmes – strakke trucks, geen gewiebel.

I Care gleed binnen als een rustige afdaling vooraleer de band de trucks weer neerzette met DON’T PLAY en FLY AGAIN, wat de pit opnieuw in complete chaos bracht. Seein’ Stars bood een kort, dromerig adempauze net voor HOLIDAY binnenkwam met energie als van een maanverlichte nacht.
En toen kwam de encore. MYSTERY stak het lont aan, maar BIRDS was de volledige ontploffing. Brendan riep het publiek het podium op, en iedereen op de eerste rij sprong er zonder aarzeling op – dankzij de relaxte securitycrew die ons over de barrière hielp. Seconden later werd Brendan zelf gecrowdsurft over een stampvol podium, glimlachend in de chaos. Totale waanzin. Prachtige, pastelgetinte chaos.
Noem het hardcore, noem het skatecore, noem het chaos met een hart, maar boven alles: Jera 2025 eindigde niet. Het lanceerde zich. (M.L.)
En dan zat Jera On Air editie 31 er helemaal op en konden we voldaan ons tentje opzoeken. Wat hebben we weer genoten van dit festival. Voor Bjorn waren de toppers van het weekend Doodseskader, Zeal & Ardor, Slope en Knocked Loose. Voor Merry waren dat House Of Protection, Thrice en Turnstile. Ambassadeurs van het festival kunnen sinds kort tickets kopen voor de editie in 2026. Een combiticket voor hen kost 209 euro. Het festival zal plaatsvinden op 25, 26 en 27 juni in Ysselsteyn en wij zullen zeker weer present tekenen.



Knap werk wederom geleverd. Goed gedaan.