Terwijl in het zwart uitgedoste metalheads stonden aan te schuiven in het door hemelwater getergde Wenen brandde wat verderop een gebouw helemaal af, onafgebroken brandweersirenegeluid zorgde voor achtergrondmuziek voor wie stond aan te schuiven zonder koptelefoon.

Het was zaterdagmiddag 11 mei, de derde editie van Vienna Metal Meeting werd kort daarna van in gang gefloten in één van de buitenwijken van de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Wenen staat bekend om de muziek, klassieke muziek die afgelopen weekend aangevuld werd door een flinke portie metal in Arena Wien.

Arena Wien is een voormalig slachthuis die tegenwoordig gebruikt wordt voor het organiseren van muzikale events, van underground shows tot muzikale legendes. Zwarte en witte muren zijn versierd met graffiti, achter de muren schuilt het grootste alternatieve cultureel centrum van Wenen met drie zalen waar shows georganiseerd worden, aangevuld met een weide waar tijdens de warmere maanden van het jaar open-air events plaatsvinden zoals filmvoorstellingen in open lucht. Een site die één en al een underground sfeer ademt.

De eerste band op mijn lijstje was het Slovaakse Doomas. Ik kreeg echter geen toegang tot de fotopit omdat mijn polsbandje die ik even daarvoor aan het loket afgehaald had niet de juiste kleur had. Met een blauw polsbandje kon je enkel foto’s nemen in de pit van main stage, om ook in de Grosse Halle te mogen fotograferen had je een rood bandje nodig.

Na het nodige gezaag kreeg ik van de organisatie toch het juiste bandje maar tegen dan was de set van een half uur al ver gevorderd waardoor ik twee derde van de openingsset gemist had. Wat ik toch nog kon meepikken was OK++. Zoals de naam al deed vermoeden bracht de band uit het nabije Nová Baňa doom, duistere doom met een tintje melodie, ondersteund door ep Portal die ze begin april uitbrachten en ouder werk die ze sinds hun ontstaan in 2006 opnamen. Ondanks het dan nog maar net voorbij lunchtijd was kon de band al rekenen op de aanwezigheid van een ruw geschatte vijfhonderd man.

Om 14:00 uur mocht de Oostenrijkse thrashband Enclave het hoofdpodium aan de open-air weide inhuldigen, één van de mooiste openluchttheaters van Oostenrijk volgens Arena Wien die al ruim 20 jaar tijdens de zomermaanden alternatieve films aanbiedt op een reusachtig scherm. Het reusachtig scherm heeft zaterdag echter plaats moeten maken voor de outdoor stage.
Het plaatselijke Enclave bracht toegankelijke thrash metal voor een paar honderd man op de nog steeds vochtige weide terwijl de zon stilaan doorbrak en de temperaturen lichtjes de hoogte in joeg maar flirten met de 20°C zat er afgelopen zaterdag niet in.

De band putte uit haar twee langspelers waarvan de jongste inmiddels al bijna twee jaar is verschenen. Dat de band en zeker de zanger er zin in hadden stond als een paal boven water.
Wat de jongens brachten was een mix van thrash en power metal al was het vooral thrash die we te horen kregen tijdens hun dynamische set van een half uur. Het was vooral de kalende frontman Rainer Höllersberger die de show stal op een podium die behoorlijk hoog van de grond staat waardoor de eerste rijen niet veel konden zien wat zich achteraan het podium afspeelde, een plaats waar drummers en toetsenisten meestal hun plaats krijgen.

Na Enclave of zelf nog eer ze helemaal klaar waren met hun set spoedde ik me opnieuw naar binnen, want om 14:30 uur was een andere Oostenrijkse band aan zet, meer bepaald Ellende, het geesteskind van Lukas Gosch a.k.a. L.G.
Ellende is een atmosferische (post-)blackmetalband die ik tot voor kort niet kende, maar na wat onderzoek stonden die ondanks het vroege uur tamelijk hoog op mijn verlanglijstje en wou dan ook geen seconde missen van hun show.

De eerste halve minuut speelde de band wat instrumentaal tot L.G. het podium kwam opgewandeld, net als zijn livemuzikanten voorzien van corpse paint terwijl aan beide kanten van het drumstel twee backdrops stonden met reproducties uit Todbringer, het album dat Lukas Grosch uitbracht in 2016.
Na een eerste inleidend nummer ging bij de frontman de lederen jas uit en merkten we dat deze vrijwel het complete skelet van een dier op zijn borstkast hangen had terwijl de band verder ging met de voorstelling van de jongste langspeler, het wonderbaarlijke Lebensnehmer.

Het is voor de tweede keer dit jaar dat een band me uitermate kan boeien dat ik na de eerste drie nummers niet aan de zijkant van het podium blijf staan maar op de tribune ga zitten achteraan in de zaal om de volledige show mee te pikken, Ellende brengt allesbehalve ellendige muziek. Het vierde nummer is instrumentaal en bloedmooi.
Na het instrumentaal intermezzo halfweg de show ging de band uit Graz verder en kreeg na elk nummer meer en meer applaus om na het slotnummer een denderend applaus te krijgen van de hele zaal. Ellende alleen al was de verre rit naar Wenen waard.

Door gans de tijd bij Ellende te blijven was Fleshcrawl al halfweg zijn set tegen dat ik de grote zaal buitenkwam waardoor ik dan maar besliste eventjes langs te gaan bij de merchstanden om aldaar voor een Amped-Up-collega twee vinyls aan te schaffen van Ellende.
De tijd van de albums naar de wagen te brengen en ik mocht me al opnieuw opmaken voor de volgende band indoor, Chapel of Disease als invaller voor Agent Steel die personeelsproblemen had/heeft. Niet getreurd, in de plaats van een portie speed metal gaan we verder met duistere sferen in de pikdonkere zaal.

Het is meteen duidelijk dat de band een waardige vervanger is voor de Amerikanen, een héél waardige vervanger. De heren uit Keulen brengen meeslepende progressieve death metal met een blackmetaltintje zonder veel tierelantijntjes, gewoon de essentie en een prachtig doek achter de rug van David Dankert, de uitstekende drummer van Chapel of Disease.
De band bracht vijf van de zes nummers uit zijn jongste langspeler die eind vorig jaar uitgebracht werd, … And As We Have Seen The Storm, We Have Embraced The Eye om zonder veel communicatie met het publiek na een kleine drie kwartier al even geruisloos op te hoepelen als ze gekomen waren.

De verwachtingen waren niet hooggespannen voor de volgende act, deze keer in de Weense namiddagzon op de outdoor stage, Chris Holmes & The Mean Men, en het was meteen iets anders dan de duistere metal van de afgelopen bands indoor.
De 60-jarige voormalige W.A.S.P.-gitarist en ook voormalige echtgenoot van leeftijdsgenote Lita Ford (The Runaways) en zijn band leverden hoogdravende Amerikaanse rock die best wel geapprecieerd werd door het lokale publiek bij een lekker weertje, niet te warm en niet te koud. Jägermeister en Oostenrijks bier zorgden voor de rest.

Het waren vooral nummers van W.A.S.P.  die de revue passeerden net als een aantal covers aangevuld door een handvol eigen nummers uit zijn na W.A.S.P.-periode.
Een tweetal covers deden het haar op mijn armen rijzen en dan niet meteen in de positieve zin. Born To Be Wild werd zonder meer verkracht terwijl Rockin’ In The Free World van Neil Young ook niet meteen om naar huis te schrijven was. Wanneer Chris Holmes zich beperkte tot gitaarwerk viel alles heel goed mee maar wanneer hij het waagde te zingen was dit slechte karaoke. Not my cup of tea.

We gingen vervolgens een voorlaatste keer naar binnen, opnieuw voor een band waarvan ik over het bestaan niets afwist: Our Survival Depends On Us. Een Oostenrijkse band uit Salzburg die verschillende stijlen binnen de metal combineren zoals doom, sludge, black, post-metal met veel mystiek en oog voor het theatrale. De band zelf beschrijft zichzelf als “Intense spiritual music”, ik zou er nog “eclectic” tussenvoegen.
Elke muzikant met een micro had een aantal doodskoppen rond zijn microfoon statief hangen, bij het opkomen verspreidde de vlees geworden kleerkast en bassist Barth Resch kerkelijke wierook over het podium en in de neusgaten van de fotografen die in de pit stonden.

Vooral de centrale gitarist/zanger Mucho Kolb was een merkwaardige verschijning, precies een overjaarse hippie met een resem sieraden rond zijn nek en een volle haarband. Naast Kolb stond de andere gitarist en zanger die het grootste deel van de zangpartijen voor zich nam, Thom Kinberger die door het leven gaat als politicus, auteur en vakbondsafgevaardigde bij de sociaaldemocraten. Een merkwaardige en intensieve set vol mystiek.  Als Ellende voor me persoonlijk de revelatie van het festival was, dan was OSDOU een mooie tweede.

Deel II volgt komende maandag

 

 

X