Elk jaar wordt de week van 1 mei helemaal in het zuiden van België het festival Les Aralunaires georganiseerd, een festival dat de kans geeft aan opkomende artiesten en een verlengstuk is van Nuits de l’Entrepôt die in 1987 het levenslicht zag en tegenwoordig overal in de stad georganiseerd wordt.
Op vrijdag 3 mei stond MONO bovenaan de affiche in L’Entrepôt.

De eerste aan zet afgelopen vrijdagavond in het Aarlense Entrepôt was de bevallige Jo Quail die menig man deed kwijlen zeker wanneer de Britse last had met haar topje die op momenten een tipje van de sluier wou lichten.
Met haar elektrisch versterkte cello en een aantal elektronische snufjes om de cellogeluiden te voorzien van loops bracht de Londense klassiek geschoolde celliste het publiek in vervoering net als ze dag vorig jaar deed op Dunk! Festival.


Klassieke muziek gecombineerd met wat elektronica met een duistere toon moesten het publiek warm maken voor Årabrot en vooral MONO. Operation Warming Up met brio geslaagd en dit met amper drie nummers, lange nummers uiteraard waarvan het laatste Mandrel Cantus een trip voorstelde langs de zuidelijke Britse kust, een kust met een woelige zee, inclusief bootsirenes. Dit was zonder twijfel het laatste niet die we gehoord hebben van Joanna Quail.

Cavaleriegeluiden luidden Årabrot in, een Noors noise-rocktrio en geesteskind van het enige vaste lid van de band, zanger en gitarist Kjetil Nernes, die al bijna twintig jaar aan de weg timmert en afgelopen vrijdag uitgedost was in een mormonenoutfit, inclusief hoed.
In Årabrot herkende ik hier en daar vocale flarden Sex Pistols en Bollock Brothers of muzikale similitudes met Killing Joke on speed met stevige gitaargeluiden afkomstig uit de metalen gitaar van frontman Kjetil Nernes.

Tijdens het half uur dat de band on stage doorbracht werden behoorlijk wat calorieën verbrand en speelde de band ook twee nummers met Jo Quail die helemaal in het midden van de bühne plaats nam.
Uiteraard werd de coup de grâce, Story of Lot, bewaard voor het slot en wat voor een genadeschot, iedereen moest eraan, zonder blinddoek.

Om 22 uur stipt was het dan uiteindelijk tijd voor het langverwachte MONO.
Een show van MONO is altijd een belevenis, één die je kunt ervaren op het Brugse Cactusfestival op 7 juli aanstaande.
Als intro voor deze show in het kader van de 20 Year Anniversary World Tour kregen we God Bless uit het sublieme jongste album Nowhere Now Here dat meteen opgevolgd werd door After You Comes The Flood.
Het is duidelijk dat het Waalse publiek goede muziek weet te appreciëren, de zaal was totaal uitverkocht nadat eerder vorige week München en Zurich ook al uitverkocht geraakten. Ik verschoot me een bult wanneer ik uit de duisternis merkte dat de drummer niet Yasunori Takada was die er als oorspronkelijk lid van bij het begin bij was. Nadat deze andere oorden ging opzoeken werd zijn plaats ingevuld door de New Yorker Dahm Majuri Cipolla.

Met deze twee nieuwe nummers begon de show relatief rustig al ging het tempo op het einde van After You Comes The Flood de hoogte in. De relatieve rust bleef aanhouden met Death In Rebirth, een nummer waarin je kon merken dat de nieuwe drummer een schitterende muzikant is en het eerste niet Japans lid van de band is sinds hun oprichting twintig jaar geleden.

De verbale communicatie met het publiek beperkte zich vrijdag met Taka die het publiek in een gebrekkig Engels bedankte voor de twintig jaar steun aan de band als je de vocals niet meerekent op Breathe, een nummer die het haar op mijn armen deed rijzen en me koude rillingen bezorgde, zo mooi werd dit prachtige nummer gebracht waarin Tamaka Kunishi aantoonde dat ze niet enkel een goede bassiste is maar een polyvalente muzikante die in tegenstelling tot de andere bandleden de show staand afwerkte, naar goede gewoonte zat niet enkel drummer Dahm Majuri Cipolla op een drumzitje, maar ook beide gitaristen die van een andere planeet moeten komen waar gitaarwerk met de paplepel ingegeven wordt.


Na dik drie kwart uur kregen we Sorrow voorgeschoteld, het vierde nummer van No Where Now Here, een nummer waarin Jo Quail al voor de derde keer vanavond het podium betrad met haar cello. Sorrow is nog zo’n typisch nummer van MONO dat rustig opgebouwd wordt om je naar het einde toe tegen een spreekwoordelijk muur te slingeren wanneer rust plaats maakt voor intensiviteit die door de gitaar geluidsmuur gaat en het publiek uit haar geestvervoering gehaald wordt. Schitterend.
Na Sorrow gingen we verder met nog een nummer uit de jongste worp van de Japanners, meer bepaald Meet Us Where The Nigh Ends die perfect paste in het opbouwen naar een climax.

Halcyon (Beautiful Days) zette het slot in met een aantal nummers uit ouder werk, een nummer dat al ruim 15 jaar deel uitmaakt uit het repertoire van MONO waarbij Jo Quail zich nogmaals toevoegde aan het kwartet. Met de 11 minuten lange klassieker uit het oeuvre van de band, Ashes In The Snow, werd de reguliere set afgesloten na dik een uur en een kwartier met de zoveelste geluidstsunami die begon met pietluttige golven en finaal de hele zaal L’Entrepôt met zich meesleurde tot er helemaal niets meer van overbleef, compleet weggespoeld.


Aangezien de setlist al de ganse show net voor mijn ogen lag wist ik uiteraard dat nog een bisnummer moest komen, in de vorm van Com (?) dat de puntjes op de i moest zetten van deze uitermate geslaagde avond die twee lange ritten in het niets deden smelten.
De anderhalf uur lange show werd afgesloten met gitaristen Taka en Yoda op hun knieën nogmaals spelend met de knopen op de pedals van hun rijk gevulde pedal borden en nog eens bewezen dat ze voor niemand moeten onderdoen in de post-rock wereld, niemand.

X