Twee lege zakken, twee peuters en al vier dagen op sjouw naar GMM, betekent per saldo geen Roadburn voor deze jongen dit jaar. Een treurig gegeven aangezien de line-up om de vingers bij af te likken is. Gelukkig voelde 013 Tilburg dat aan en om mijn wonden de zalven, kwamen zij wederom op de proppen met een heerlijke show op vrijdag de dertiende. Alsof het zo moest zijn. Op de bühne waren achtereenvolgens Der Weg Einer Freiheit, Moonsorrow en het grote Primordial aan de beurt om mij en de rest van de goddeloze horde te vermaken. Eens kijken of dat gelukt is?

Als eerste band van de avond stond Der Weg Einer Freiheit op het programma, een band die ik reeds viermaal eerder wist te missen op onder andere EMM en het eerdergenoemde Roadburn. Dat zat me inmiddels enorm dwars aangezien de laatste twee releases van deze band steeds in mijn jaarlijstjes te vinden waren. Stellar en het vorig jaar uitgebrachte Finisterre zijn inmiddels vaste waarden in mijn playlist. Hoe Der Weg het voor elkaar krijgt om gruwelijke beats, waar je tanden bij klapperen te combineren met ijzig atmosferische passages, snap ik nog steeds niet, maar dat het een van de beste blackmetalbands van de nieuwe orde is mag duidelijk zijn.

Op het podium van 013 kon de band me hier ook van overtuigen. Geweldig gitaarspel en goed gebruik van samples maakte het een waar feestje om naar te luisteren. Hetgeen enigszins tegenviel was het geluid in de zaal. Daar moest ik echt voor vooraan het podium gaan staan om te luisteren naar het podiumgeluid, want de PA liet de band in de steek. Dat gebeurt dus nog steeds in muziekland. De opener mag de schuifjes slechts halfopen hebben staan op de mengtafel, zodat de grote jongens erna niet worden afgetroefd, al hadden de Duitsers ditmaal de Finnen en Ieren inderdaad naar een andere postcode geblazen waarschijnlijk. Jammer hoor. Een goede combinatie van oudere en nieuwe tracks maakte het tot een verder succes, jammer genoeg moest mijn favoriet Repulsion ontbreken. Meer dan ooit ook werd bewezen dat de Duitse taal en tongval het goed doen in combinatie met black metal. Baalde dat het voorbij was, maar tikte nog een puik shirt op de kop, dus het leed was zo geleden.

Van Moonsorrow had ik vooraf weinig kaas gegeten – en dat voor een Hollander! -. Wat naneuzen op Metal-Archives vertelde me dat het hier een pagan/folkband met blackmetalinvloeden betrof en laat ik daar nu net wel een heel blok Goudse van naar binnen werken elke week. Dat trof. Met bands als Arkona en Nokturnal Mortum in mijn recente favorietenlijst, moest het met deze Finnen ook vast goed komen.

Besmeurd met bloed en corpse paint, altijd een goed begin, betraden de mannen, waaronder Floki the Ship Builder lookalike Janne Perttilä op guitar, het podium. Wat een gangmaker is dat. Niet alleen wat betreft uiterlijk deed de goede man mij aan zijn counterpart in de Vikings-serie denken, ook zijn gedragingen waren erg herkenbaar. Hij zat er duidelijk lekker in (de rode wijn trouwens ook…) en daar kan ik dan weer oprecht van genieten. Aanvankelijk moest ik even wennen aan de lala-koortjes, maar uiteindelijk werden die sporadischer gedurende de set en werd ook het gitaargeweld, met ondersteuning van verdienstelijke keys, langzaamaan opgeschroefd. De band deed me daadwerkelijk denken aan Nokturnal Mortum en met een ruime set, hoe kan het ook anders met nummers die gemiddeld 10 minuten duren, wisten ze Suomi Vikingen me meer dan alleen te overtuigen. Weer een nieuwe band voor in de rotatie!

Ondanks een set zere poten van jewelste, wist deze band me aan het podium te kluisteren. Niet gek voor een band die ik én niet kan verstaan én nog nooit eerder gezien of gehoord had. Het feest was helemaal compleet, toen de gitarist aankondigde dat vandaag nu juist ook nog eens de verjaardag van boegbeeld Ville Sorvali was. De trouwe roadie hing een mooi set slingers om en na een luidkeels Happy Birthday, werd door het publiek nog eens een encore van Lang zal hij leven gegeven. Kraker Kuolleiden maa (The Land of the Dead, red.) sloot de set vervolgens af, wat een hit is dat, alle 17 minuten lang puur genieten. 17 minuten ja, niet de hele set, maar 1 track dus, waarachtig episch te noemen.

En dan de grootmeesters van folk black metal zelf. The mighty Primordial! Het was inmiddels een aantal jaar geleden dat ik A.A. Nemtheanga aan het werk zag met Primordial als headliner van Eindhoven Metal Meeting. Ik was tegen die tijd zo lam van de pils, dat ik er echter niet veel meer van meekreeg dan een schorre strot van al het meezingen (/schreeuwen). Tijd voor een herkansing dus!

Primordial is zo’n band waar je van moet houden, tenminste dat kan ik me zo voorstellen. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van meneer Averill en zijn Ierse pubfolkstem. Voor mij is dat puur genieten. Blackmetalmeezingers! Laten we eerlijk zijn, met bands als Mayhem is het bijvoorbeeld moeilijk om mee te zingen als een nachtegaaltje met corpse paint. En ja, ik ben zo’n irritant figuur die alle teksten uit zijn hoofd denkt te kennen en meezingt tot z’n longen het begeven of de set ten einde komt, Totale immersie heet dat.

Zo ook dit optreden. Goeie god wat was ik moe, maar alles aan Primordial zweepte mij weer op en al snel vond ik beide vuisten in de lucht en bewoog mijn substantiële hoofd wild van voor naar achter. Louter goede tekens. Een groot scala aan regelrechte superhits passeerde de revue met heuse hoogtepunten als: No Grave Deep Enough, As Rome Burns en de ballad Stolen Years. Als je een album als To the Nameless Dead geschreven hebt, kun je er ook rustig vanuit gaan dat iedereen het liefst nummer na nummer van die plaat willen horen en we werden niet teleurgesteld. Ook de nummers van de nieuwe plaat, Exile Among the Ruins, deden het erg goed (zie binnekort mijn review van deze plaat) al was het even wennen.

A.A. is vooral een grappenmaker en goed in het bespelen van het publiek. Hij heeft duidelijk de Steen van Blarney (https://en.wikipedia.org/wiki/Blarney_Stone) een flinke tongzoen gegeven, want de Ier heeft, net als vrijwel al zijn landgenoten een vlotte babbel. Ook zijn tenue mag er wezen. Als een soort verzopen fantoom, zo uit een Pirates of the Carribean, weggelopen, zet hij zijn zangkunsten in als de beste. Het plaatje is daarmee compleet, ondanks dat de rest van de band deze poespas achterwege laat. Alle aandacht gaat dan ook uit naar de frontman. Een haantje is het wel.

De set wordt uiteindelijk afgesloten met hét nummer waar het publiek al het gehele optreden om roept. Empire Falls is dan ook bij uitstek de afsluiter die je niet kunt missen. Ik betrapte mezelf erop dat ik weer hees begon te worden, maar zette nog eens goed aan: ‘Where is the fighting man? Am I he? You would trade every truth for hollow victories!’ Ik zou deze band gerust een keer of twee per maand kunnen zien, helaas was de show weer voorbij en vond ik me terug in de auto, met als soundtrack voor de terugreis, je raadt het misschien al… To the Nameless Death.

X